zondag 17 september 2017

Spinozistisch aforisme van Clarice Lispector over determinisme als vrijheid


Jasper Schaaf, over wiens boek Het speelveld van de vrijheid. Marx, Spinoza, overwegingen over vrijheid en macht (2014) ik op 18-01-2015 het blog "Requiem voor "Het speelveld van de vrijheid" met de ondertitel "Droef verslag van een onvermijdelijke miskoop" een nogal vernietigende kritiek schreef, heeft op zijn blog van donderdag 3 augustus 2017, "Spinoza ontmoeten bij Clarice Lispector" iets goed gemaakt.  Daarin geeft hij het volgende schitterende citaat uit haar vorig jaar vertaalde De ontdekking van de wereld (je kunt eraan zien dat ze diep in Spinoza gedoken was)


‘Het is determinisme, jawel, maar als je je eigen determinisme volgt ben je vrij. Gevangen zou je zijn als je een bestemming najoeg die niet de jouwe is. Er schuilt veel vrijheid in het hebben van een bestemming. Dat is onze vrije wil.’

Ik neem ook de foto die hij doorgaf van Clarice Lispector hier over.


Ik krijg door dit citaat weer zin haar genoemde boek weer eens op te pakken.
Ik schreef vele blogs over Clarice Lispector die via
deze link desgewenst te vinden zijn.


Toevoeging 14 febr. 2019
Nathan Goldman, "On the Heterodox Jewishness of Clarice Lispector. A Writer of the Diaspora, In Search of God." In The Scofield, Issue 2.1 - Clarice Lispector & The Act of Writing - Summer 2016 [September 27, 2016] - overgenomen op hithub met deze foto:
 

zaterdag 16 september 2017

Émilie Du Châtelet (1706-1749) verwerkte de TTP in haar “Examen de la Genèse”

De verlichte Franse essayist, filosoof en wis- en natuurkundige Gabrielle Émilie Le Tonnelier de Breteuil, Marquise Du Châtelet werd bekend om haar op het werk van Newton gebaseerde Institutions de physique (1740), haar vertaling van Newton’s Principia Mathematica (postuum gepubliceerd in 1756 in Frankrijk nog steeds dé standaardeditie) en door haar romantische relatie met Voltaire die ging wonen in haar Château de Cirey vlakbij Chaumont in Lotharingen waar diverse geleerden graag naar toe trokken om er met het intellectuele koppel te studeren en converseren. Voltaire verklaarde dat hij Newton en de natuurkunde begreep door haar uitleg. Ze vertaalde ook Mandeville’s The Fable of the Bees: Or Private Vices, Public Benefits als La Fable des abeilles (1735) waar Voltaire graag gebruik van maakte bij zijn Traité de métaphysique.
 

Ze begon aan een Grammaire raisonné die ze niet afmaakte. Haar ideeën over het Deïsme en de metafysica paste ze toe in een studie over de Bijbel, waaraan ze waarschijnlijk in 1736 begon en die mogelijk pas in het jaar waarin ze stierf, 1749, gereed kwam en waarvan het handschrift lang onuitgegeven bleef: Examen de la Genèse.
Mary Ellen Waithe schreef daarover in hoofdstuk 8, "Gabrielle Émilie le Tonnelier de Breteuil du Châtelet-Lomont," [in haar: M.E. Waithe (Ed.), History of Women Philosophers. Volume III, Modern Women Philosophers, 1600 - 1900. Dordrecht/Boston/London: Kluwer Academic Publishers [Springer Science & Business Media], 1991, p. 127-152] op p. 131 (cf. books.google; voor de noten zie 't origineel):

Spinoza's Overnatuurkundige Gedachten


Daar het, als het gaat over Spinoza’s Cogitata Metaphysica, nooit over Spinoza's Overnatuurkundige Gedachten gaat, geef ik daar hier een keer aandacht aan door de twee titelpagina’s hier binnen te halen en eens goed te bekijken. Het gaat om

Renatus des Cartes Beginzelen der Wysbegeerte, I en II Deel, Na de Meetkonstige wijze beweezen door Benedictus de Spinoza Amsterdammer. Mitsgaders des zelfs overnatuurkundige gedachten, in welke de zwaarste geschillen, die zoo in ’t algemeen, als in 't byzonder deel der overnatuurkunde ontmoeten, kortelijk werden verklaart. Alles uit 't Latijn vertaalt door P.B.
t' Amsterdam By Jan Rieuwertsz. Boekverkooper in de Dirk van Assensteegh, in 't Martelaers - Boek. Anno 1664.

 

vrijdag 15 september 2017

Steven Nadler's Spinoza op z'n Pools


Morgen Bijzondere Algemene Leden Vergadering van de Vereniging Het Spinozahuis


Tot heden heb ik met grote terughoudendheid mij op dit blog niet bemoeid met de problemen die deze zomer bij de Vereniging Het Spinozahuis waren ontstaan – dit om bestuur en rapporteur Kees Schuyt niet voor de voeten te lopen.
Het wordt morgen een bijzondere en waarschijnlijk spannende Algemene Ledenvergadering (ALV) in het Gemeenschapshuis in Rijnsburg. Dan zal namelijk het verslag van de ALV van 3 juni 2017 worden besproken, die vergadering die onverwachts geconfronteerd werd met het plotselinge en directe aftreden van de secretaris, Theo van der Werf en Miriam van Reijen, waarvan de leden een dag voor die vergadering per brief mededeling hadden ontvangen mét opgave van de redenen die zij hadden om zo per direct af te treden en niet meer bij die vergadering aanwezig te zijn. Daarover was uiteraard verwarring en commotie en de vergadering besloot tot nader onderzoek over wat er nu eigenlijk aan de hand was –was er sprake van een conflict binnen het bestuur? Verder zou uitgezocht moeten worden hoe de zaken die in handen waren van de secretaris op goede wijze aan de Vereniging zouden worden overdragen. En tenslotte zou uitgezocht moeten worden hoe er later een passend en waardig afscheid kon worden georganiseerd: van der Werf was immers vanaf 1980 bestuurslid en penningmeester; vanaf 1989 secretaris tevens penningmeester en vanaf 2015 tot juni 2017 als secretaris aan de Vereniging verbonden geweest: 37 jaar!
De oud-voorzitter van de VHS (en auteur van het hier pas besproken boek Spinoza en de vreugde van het inzicht), Kees Schuyt werd gevraagd om dat onderzoek te doen, daarover te rapporteren en aanbevelingen te doen. Dat rapport van Kees Schuyt zal morgen worden gepresenteerd (opmerkelijk mag het genoemd worden dat het niet vooraf aan de leden is toegezonden, zodat ze het in alle rust hadden kunnen lezen). Vervolgens komt het bestuursstandpunt over rapport en aanbevelingen aan de orde. Het zijn meestal niet de makkelijkste vergaderingen die zulke agendapunten hebben. Ik vraag me dan ook af of de voorzitter – die in het rapport aan de orde komt – zelf die bespreking voorzit of dat hij zo wijs is om de gespreksleiding in handen van een relatieve buitenstander te geven om ook zelf vrijuit te kunnen spreken en z’n eigen handelen toe te lichten.
Gehoopt wordt hier in een uur uit te zijn om na een pauze vervolgens in anderhalf uur de toekomst van de vereniging te kunnen bespreken.
Ik wens bestuur en ALV waar ik jammer genoeg niet bij aanwezig kan zijn, een succesvolle vergadering. En ik hoop dat alle aanwezigen zoveel van Spinoza hebben opgestoken dat ze zich kunnen laten leiden door Spinoza's dictamina rationis en zijn aanbeveling ter harte nemen: “Sedulo curavi humanas actiones non ridere non lugere neque detestari sed intelligere” [Ik heb er altijd met zorg naar gestreefd de menselijke handelingen niet te bespotten, niet te betreuren noch te verachten, maar te begrijpen. Politiek traktaat, Hfst. I, § 4.].

Persbericht EUR: Henri Krop benoemd als bijzonder hoogleraar in de Spinoza-studies

Het heeft even geduurd, maar eergisteren,13 september 2017, is dan eindelijk het persbericht uitgebracht door de Faculteit Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam met dit nieuws, waarover ik in mijn blog van woensdag 23 augustus 2017 mijn verbazing erover uitsprak dat daarover nog niets te lezen was:

Henry Sidgwick (1838 – 1900) groot ethicus die Spinoza links liet liggen


Over Henry Sidgwick had ik al eens een blog op 25-10-2016: Verschil tussen "The Point of View of the Universe" en "Sub Specie AEternitatis." Dat was n.a.v. het verschijnen van Bart Schultz, Henry Sidgwick: Eye of the Universe. An Intellectual Biography. Cambridge University Press, 2004 en ’t review bij de NPDR door Robert Shaver (University of Manitoba). 
Aanleiding voor dit vervolgblog is eveneens een review bij de NDPR nu door David Phillips (University of Houston) van een nieuw boek van Bart Schultz, The Happiness Philosophers: The Lives and Works of the Great Utilitarians. Princeton University Press, 2017, 437pp., books.google. [1x komt Spinoza voor op een pagina – 274 – waar Google ons niet bij laat].
Dat boek gaat over het utilitarisme zoals het was ontwikkeld door de radicale filosofen, critici en sociale hervormers William Godwin (de echtgenoot van Mary Wollstonecraft en vader van Mary Shelley), Jeremy Bentham, John Stuart & Harriet Taylor Mill, en Henry Sidgwick.


Dat maakte dat ik weer eens naar die Sidgwick op zoek ging, daar Schulz veel over hem geschreven heeft. Ook is het Barton Schultz, die het lemma Henry Sidgwick op Stanford Encyclopedia of Philosophy schreef, dat aldus begint: