woensdag 30 mei 2018

Paul Juffermans biedt een nuttige samenvatting van de TTP - #spinoza


Hier wil ik mijn leeservaring kwijt van het werkje van
Paul Juffermans, Spinoza’s dubbele deconstructie in het Theologisch-Politiek Traktaat. Mededelingen vanwege Het Spinozahuis #112, 2018 - 37 pp.
Net als het boekje van Henri Krop, waarover ik in het blog van 21 mei 2018 schreef, lijkt ook dat van Paul Juffermans vooral geschreven als achtergronddocument bij de komende zomercursus van de VHS. Daarop zal Paul Juffermans het hebben over:
Spinoza's godsdienstfilosofie tegen de achtergrond van de Verlichting.
Spinoza's denken over religie kent vele aspecten. Enerzijds is daar het aspect van de godsdienstkritiek, waarbij de religie wordt beschouwd als superstitie met kenmerken als onverdraagzaamheid en absolute waarheidsclaims. Hij spreekt dan van ijdele religie. Anderzijds ziet Spinoza in de religie ook waardevolle aspecten, met name als zij aanzet tot een moreel handelen van naastenliefde en gerechtigheid. In dit geval spreekt hij van waarachtige of universele religie. Vervolgens heeft Spinoza ook een eigen opvatting ontwikkeld over de verhouding tussen filosofie en wetenschap aan de ene kant en religie aan de andere kant. Hoe ziet deze opvatting eruit? Men kan Spinoza's beschouwingen over het fenomeen religie veelzijdig en genuanceerd noemen. In hoeverre komen deze beschouwingen overeen met of verschillen zij van die van andere Verlichtingsdenkers? Neemt Spinoza's godsdienstfilosofie een speciale plaats in binnen het gehele palet van denkbeelden over religie in het tijdvak van de Verlichting en zo ja, hoe zou men deze eigen plaats kunnen omschrijven? En wat te denken over Spinoza's filosofie zelf, zoals uiteengezet in de Ethica? Moet men hem karakteriseren als een atheïst, een pantheist, een deist of als een goddronken mens, zoals de Duitse romanticus Novalis deed? In onze bijdrage zullen we trachten op al deze vragen in te gaan. [cf.
VHS]
Deze Mededelingen is vooral een gedegen globale samenvatting van de hoofdlijnen van de TTP: welk doel Spinoza ermee had (zoals kort uitgedrukt in de ondertitel) en hoe hij dat heel systematisch aanpakt.

dinsdag 29 mei 2018

Carson McCullers (1917 - 1967) wordt het Spinozisme van deze Amerikaanse schrijfster over het hoofd gezien? - #spinoza


Carson McCullers is een zeer gewaardeerd Amerikaans schrijfster. Er is veel over haar te vinden op het wereldwijde web. Ik noem hier alleen haar vier romans en één verhalenbundel: The Heart Is a Lonely Hunter [1940] | Reflections in a Golden Eye (1941) | The Ballad of the Sad Café. The Novels and Stories of Carson McCullers. (1951) | The Member of the Wedding [1946] | Clock Without Hands (1961).
The Guardian schreef over Overlooked classics: The Member Of The Wedding. En in de New Yorker gaat het over “Unhappy Endings. The collected Carson McCullers”.
In het gedicht "Carson McCullers” dat Charles Bukowski bij haar overlijden maakte [cf.] gaat het over
all her books of
terrified loneliness
all her books about
the cruelty
of loveless love.
Beter dan door een dichter kan haar werk niet getypeerd worden.

Ik wil het in dit blog over twee dingen hebben – en nummer die [I]  en [11]

Gerrit Achterberg’s gedicht Spinoza hier in het Engels vertaald - #spinoza


Of het gedicht Spinoza van Gerrit Achterberg [cf. blog] ooit in het Engels is vertaald, wist ik aanvankelijk niet. Op de pagina over Gerrit Achterberg op Schrijversinfo.nl is een hele lijst vertaald werk opgenomen, maar om welke gedichten het gaat, wordt daarbij niet duidelijk.
In Schrijversprentenboek 21 over Gerrit Achterberg dat in 1981 verscheen en bij de DBNL gedigitaliseerd staat, is te lezen: “In Canada verschijnt Coming after, An anthology of poetry from the Low Countries, by Adriaan J. Barnauw, waarin voor het eerst werk van Achterberg in vertaling is opgenomen. Bij zijn poëzie raken in de loop van de jaren allerlei vertalers betrokken; onder zeer velen: Dolf Verspoor (Frans), Robert Wolfgang Schnell (Duits), James Brockway en James S Holmes (Engels), Francisco Carrasquer (Spaans).”
Maar of één van hen ooit Spinoza heeft meegenomen, is niet duidelijk.
Maar dan biedt Google mij de volgende uitgave aan: Gerrit Achterberg, Gedichten, Historisch-kritische uitgave verzorgd door P.G. de Bruijn, Deel 3a Apparaat. Den Haag: Constantijn Huygens Instituut, 2000 [PDF]. Daarin staat bij het gedicht Spinoza niet vermeld dat het ooit is vertaald. Als dat wel het geval zou zijn, zou dat daar vermeld zijn. Kortom, dit blog komt met een primeur…
Naar aanleiding van het naar dit blog halen van het Corpus Poeticum Spinozanum herinnerde Adèle Meijer zich dat ze zich ooit aan een vertaling heeft gewaagd. Wij zijn beiden van mening dat het goed is dat dit fraaie gedicht, mogelijk door Achterberg geschreven bij de gedenksteen bij de Nieuwe Kerk in Den Haag of met die in gedachte, aan de Engelstalige wereld ter kennis wordt gebracht.

Gedicht en vertaling naast elkaar.

Spinoza  

Diep in de deken van de tijd
ligt gij gebed, niets onderscheidt
u van de grond, die u omvat,
alsof gij nimmer lichaam had.

Volgens de wet van Lavoisier
doet gij op deze wijze mee
aan de bestendiging der stof,
die gij met denken overtrof.

Maar beide attributen Gods
doordringen nog elkander: trots
gaat gij door mijn geheugen heen
en nergens zijt gij hier van steen. 
 
Gerrit Achterberg

(uit Sphinx, 1946)

Spinoza 
 
Bedded deeply in the blanket of time
nothing distinguishes this body of thine
from the soil by which it is clad
as if a body you never had.

According to the Law of Lavoisier
you are participating in this way
for matter to endure and ever last
which by thinking you surpassed.

Yet, both attributes of God still
each other permeate: you will
be proudly crossing my mind
never here of stone of any kind.

Gerrit Achterberg

(from: Sphinx. 1946)

Transl. Adèle Meijer



maandag 28 mei 2018

Denken met Spinoza over educatie - #spinoza


Op 10-02-2016 had ik het blog “Spinoza en opvoeding – er gaat dit jaar een boek over verschijnen."
Het werd een uitgebreid inventariserend blog over wat er zoal aan literatuur verscheen over Spinoza en opvoeding/educatie.

Aan het eind nam ik mee dat er een oproep gedaan was voor artikelen voor een te verschijnen special van het tijdschrift Educational Philosophy and Theory dat gewijd zou zijn aan hedendaagse omwerkingen van Spinoza's ideeën zodat ze bruikbaar zouden zijn voor hedendaagse aanpak van educatie.
Dat heeft blijkbaar voldoende reacties opgeleverd en het resultaat werd het voorlaatste nummer van

Educational Philosophy and Theory, Volume 50, Issue 9, 2018 “Thinking with Spinoza about education”. Zie hier bij Tandfonline de inhoudsopgave

Aldaar is de INTRODUCTION van Elizabeth de Freitas, Sam Sellar and Lars Bang Jensen, "Thinking with Spinoza about education,"  in z'n geheel te lezen [html en pdf]
Intrigerend vind ik de titel van het laatste artikel van
Anna Hickey-Moody, “Afterword: Practical and impractical philosophies; intuition and reason.” Educational Philosophy and Theory 50 (9):888-891 (2017)  [cf.]

Jammer genoeg heeft te schrijfster het nog niet op haar pagina bij academia.edu geplaatst, maar misschien doet ze dat ooit. Ik houd intussen m’n hart alvast vast als ik de eerste pagina bekijk...

Het Spinoza-gedichtje was echt van Herder... - #spinoza


Ton de Tok – en ook de lezers - moet ik mijn verontschuldigen aanbieden. In het blog van 19 april 2018, “Ton de Kok’s “God voor niet-gelovigen. De God van Spinoza” – aardig om te zien…” signaleerde ik twee fouten, waarvan de tweede zou zijn:
• Op p. 105 schrijft hij: “De dichter Johann Gottfried Herder schreef in 1784 met Kerstmis, in een brief aan Goethe en Charlotte, een gelegenheidsgedichtje waarin dat mooi tot uitdrukking komt:  wie kämen der heiligen Christ und Spinoza zusammen? Welche vertrauliche Hand knüpfte die beiden in Eins?” Het was echter Charlotte von Stein die dit gedichtje toezond aan Goethe en Herder.
En daarmee zat ik fout! Dat ik ontdekte ik gisteren toen ik het Corpus Poeticum Spinozanum bijwerkte en naar dit blog overbracht.

Het was wel degelijk Herder die het gedichtje schreef. In het blog van 29-09-2008 “Charlotte von Stein (1742-1827) ziet dichtend Spinoza als Christus” had ik die foute toeschrijving van Wim Klever overgenomen. Maar in de kop van dat blog had ik vervolgens deze correctie opgenomen: “NB op 7 januari 2009 heb ik de informatie over de toeschrijving van onderstaand gedicht aan Charlotte von Stein moeten corrigeren: het blijkt om een gedichtje van Herder aan haar en Goethe te gaan.” Dat blog van 7 jan. 2009 had als titel: “Spinoza-gedichtje van Johann Gottfried Herder (1744 - 1803)” Die correctie was echter weer uit mijn geheugen verdwenen. Had ik de moeite genomen nog eens naar dat tien jaar oude blog te gaan, dan had ik die blunder niet begaan. De Kok had het juist, ik zat fout. Mijn excuses.

zondag 27 mei 2018

In 't Italiaans vertaald: Alain Badiou, L’Infinito. Aristotele, Spinoza, Hegel - #spinoza


Corpus Poeticum Spinozanum - eindelijk bijgewerkt #spinoza


Het is er eindelijk van gekomen: vandaag heb het register waarin ik de blogs met gedichten over Spinoza bijhoud en toegankelijk maak, door mij genoemd het Corpus Poeticum Spinozanum, bijgewerkt en in dit blog geïncorporeerd. In de rechterkolom staat een link Corpus Poeticum Spinozanum naar de betreffende pagina. Doe er uw voordeel mee.
 

Allison Pitinii Davis’s gedicht "Falls in Love, or Reads Spinoza" - #spinoza




“Allison Davis is the author of Poppy Seeds (2013). She is a Wallace Stegner Fellow at Stanford University, where she is completing a book about her family's trucking motel,” aldus was hier te lezen. Dat werd dus haar dichtbundel Line Study of a Motel Clerk (2017)


Voor verschijnen vertelde ze erover in een uitgebreid interview: “Midwestern Gothic staffer Allison Reck talked with poet Allison Pitinii Davis about her forthcoming collection, Line Study of a Motel Clerk, working against sentimentality, writing about the intersection of Rust Belt and Jewish cultures and more.” [cf. – vandaar ook haar foto]

Het gaat hier over haar Spinozagedicht dat verscheen in de bundel:
Allison Pitinii Davis, Line Study of a Motel Clerk (Baobab Press, 2017): "Two families immigrate to America’s Steel Valley and open a trucking motel and laundry. The businesses change hands through three generations as the region’s industry booms and busts. When the two disparate families become one, the new generation must examine what it means to endure in a place, a culture, a language, and a history. Line Study of a Motel Clerk examines a family’s century-long effort to make a home in a world on the move." [Amazon]

In haar autobiografische stukje “Writing the Jewish Rust Belt” op de Jewish Book Council geeft Allison Davis een fraaie schets van ervaringen uit haar joodse jeugd die de achtergrond vormen van die recentste dichtbundel – een tekst die een fraai voorbeeld is van T.S. Eliot’s criterium dat een dichter van ervaringen en denken (reflecties) erop een geheel maakt – hetgeen hun verschil met ‘gewone mensen’ aangeeft. Daar dat in het deel van Eliot’s beroemde tekst dat de dichteres citeert enigszins wegvalt leek het mij nuttig twee blogs vooraf te laten gaan: het eerste dat Eliot’s gerenomeerde essay waaruit die regels komen, aan de orde stelt; het tweede waarin Eliot’s antisemitisme en zijn houding t.o. Spinoza aan de orde komt.

In de eerste alinea “Writing the Jewish Rust Belt” komen beide zaken aan de orde. Ik citeerde die tekst in het blog van 17 april 2018, waarin ik haar gedicht signaleerde. De dichteres was zo vriendelijk mij haar gedicht toe te zenden met toestemming het in dit blog op te nemen – en in het Corpus Poeticum Spinozanum. Dat laatste wordt aanleiding om die inventarisatie van Spinoza-gedichten eindelijk eens naar dit nieuwe blog te vernieuwen. Dat ga ik zo snel mogelijk doen. Ik neem hier eerst nogmaals die eerste alinea over:
“Falls in Love, or Reads Spinoza,” a poem from my 2017 collection Line Study of a Motel Clerk, is in conversation with H. Leivick’s cycle on Spinoza and Charles Reznikoff’s “Spinoza” (1934). It is also in the tradition of rebelling against T.S. Eliot, joining Emanuel Litvinoff’s “To T.S. Eliot” (1951), Hyam Plutzik’s “For T.S.E. Only” (1955), and Philip Levine’s decision to skip meeting Eliot at a bookstore in 1953 after spending “a sleepless night wondering what I might do if Eliot were suddenly to blurt out a racist remark.” I anticipate anti-Semitism when reading Modernists, so I was prepared for Eliot’s overtly problematic poems, but nothing prepared me for this line in “The Metaphysical Poets” (1921): “The latter falls in love, or reads Spinoza, and these experiences have nothing to do with each other…”. That is, unless, Spinoza is part of your worldview. That is, unless, you have a father who reads Spinoza relentlessly, who leaves a copy of Ethics on the back of the toilet so “the latter” might take a shit and read Spinoza, let alone fall in love. But Eliot didn’t grow up in my home. And he certainly didn’t have my father.” [Cf.]
 Dan nu haar gedicht:


zaterdag 26 mei 2018

T.S. Eliot (1888 - 1965) “Falling in Love or Reading Spinoza" [2] #spinoza


Voor ik het in het vorige blog aangekondigde gedicht van de joodse dichteres Allison Pitinii Davis breng wil ik eerst nog één aspect van Eliot behandelen: n.l. zijn anti-semitisme.
Avner Falk schrijft in Anti-semitism: A History and Psychoanalysis of Contemporary Hatred [ABC-CLIO, 2008] op p. 114 – books.google in een paragraaf over Masud Khan die me hier verder niet interesseert:
« The British literary scholar Anthony Julius studied the anti-Semitism of the American-British homosexual poet Thomas Stearns Eliot (Julius 1995). Linda Hopkins compared Eliot's anti-Semitism with that of Masud Khan:
Anthony Julius suggests that in calling a person an anti-Semite, we should address the question of what kind of anti-Semite they are. Speaking of T.S. Eliot, he writes: "Anti-Semites are not all the same. Some break Jewish bones, others wound Jewish sensibilities. Eliot falls into the second category. He was civil to Jews he knew, offensive to those who merely knew him through his work." »
Dat Eliot homoseksueel was vind ik voor mijn onderwerp minder van belang, maar zijn eventuele antisemitisme is dat wel. Ik wendde me om er meer over te weten daarom tot het boek van Anthony Julius en ontdekte dat hij een uitgebreide passage heeft waarin hij Eliot’s houding t.o.v. Spinoza onderzoekt in:

Anthony Julius, T. S. Eliot, Anti-Semitism, and Literary Form. Cambridge & New York: Cambridge University Press, 1995; New Edition with a preface and a response to the critics. New York: Thames and Hudson Ltd., 2003 – books.google
In The Guardian van 7 juni 2003 verscheen toen deze heruitgave uitkwam, dit stuk van Anthony Julius: “The poetry of prejudice" [cf.]. Ik neem aan dat het aan z’n nieuwe voorwoord met antwoord aan zijn critici is ontleend. Daarin schetst hij nog eens zijn overtuiging “that the question of Eliot's anti-semitism mattered. [..]  Most critical studies neglected this aspect of the work.” De antisemitische dichtwerken vormen een minderheid in Eliot’s werk, het gaat om: « "Burbank," "Gerontion," "Sweeney Among the Nightingales," "A Cooking Egg," and the posthumously published "Dirge". » Julius schetst als zijn aanpak: “We ought not to seek to outlaw Eliot's poems, but neither can we submit to them. We should not ban them; but we must not abandon ourselves to them. Instead we must contest that poetry, with strategies that acknowledge both its value and its menace.”
Hij heeft het over “Eliot's contempt for Jews” en ik ben benieuwd hoe dit t.a.v. Spinoza uitpakt.

T.S. Eliot (1888 - 1965) “Falling in Love or Reading Spinoza" [1] #spinoza



De aanleiding voor dit blog wordt het Spinoza-gedicht van Allison Pitinii Davis "Falls in Love, or Reads Spinoza" waarnaar ik in het blog van 17 april 2018 verwees en dat de dichteres mij toezond om op dit blog te publiceren. Dat doe ik in een volgend blog. Zij gaf aan het gedicht als motto enige beroemde regels van T.S. Eliot mee, waaruit ze ook de titel van haar gedicht destilleerde. Het leek mij nuttig ter voorbereiding op dat gedicht eerst enige inleidende blogs te maken. Over T.S. Eliot.

Thomas Stearns Eliot was dichter, toneelschrijver en invloedrijk literair criticus. Hij ontving de Nobelprijs in 1948 "for his outstanding, pioneer contribution to present-day poetry." Hij schreef gedichten als The Love Song of J. Alfred Prufrock, The Waste Land, The Hollow Men, Ash Wednesday, en Four Quartets; van de zeven toneelstukken Murder in the Cathedral en The Cocktail Party; en het essay Tradition and the Individual Talent. Eliot was geboren als Amerikaan, vertrok in 1914 toen hij 25 was naar het Verenigd Koninkrijk en werd Brits onderdaan in 1927. [cf. en.wikipedia en www.britannica.com/biography/T-S-Eliot]

woensdag 23 mei 2018

Spinoza et la littérature philosophique clandestine in Collection La Lettre clandestine - #spinoza


De Franse uitgever Classiques Garnier heeft een al jaren lopende reeks La Lettre clandestine. Deze “publishes research on the clandestine philosophical manuscripts of the 17th and 18th centuries which provided the Enlightenment philosophers with much of their critical culture.” [Cf. de Catalogus met de laatste vijf delen].
Het recentste deel kwam deze maand uit en is gewijd aan Spinoza:
Maria Susana Seguin (Dir.), La Lettre clandestine 2018 n°26: Spinoza et la littérature philosophique clandestine. Classiques Garnier - Mai 2018
Sommaire
pdf of html- Résumés/Abstracts pdf of html 


Ce numéro est consacré à la relation complexe qu’entretient la littérature philosophique clandestine avec Spinoza et son œuvre : la proximité intellectuelle avec d’autres textes, l’influence de sa pensée, l’utilisation de son nom et de sa réputation, la discussion ou la réfutation de ses idées, les milieux intellectuels de production, de circulation et de réception des textes. Le dossier Varia propose des articles sur la clandestinité philosophique, l’histoire du livre et de la censure, ainsi que des articles portant sur l’actualité de la recherche sur la littérature philosophique clandestine. Sont également réunis des comptes rendus d’ouvrages nouvellement publiés, une bibliographie des travaux les plus récents ainsi que l’annonce de nouveaux manuscrits trouvés. [Cf.]

Carl Friedrich Heman (1839 – 1919) en zijn studie “Kant und Spinoza” - #spinoza


Het was Carl Friedrich Heman [en niet Friedrich Carl Heman, zoals soms abusievelijk wordt geschreven, ook door Henri Krop in zijn in een vorig blog besproken brochure] die een schitterend artikel over “Kant und Spinoza” schreef. Hij liet als voorletter(s) soms F. en soms C.F. op de titelpagina van zijn werk afdrukken, zoals zodadelijk zal blijken. De vondst van dit artikel is de aanleiding voor dit blog.
Hier eerst het korte lemma over hem in het Jüdisches Lexikon van 1928. Dat zijn vader zich zes jaar voor zijn geboorte van joods tot evangelisch protestant bekeerd had staat daarin niet, maar dat hij zich flink met de joodse geschiedenis had bezig gehouden wel.
 

Spinoza-illustratie van Tim Enthoven - #spinoza


De Eindhovense kunstenaar Tim Enthoven maakte voor de voorstelling Spinoza die Het Zuidelijk Toneel volgend jaar gaat spelen, deze illustratie. Op de website van Het Zuidelijk Toneel is behalve de geplande speeldata nog geen informatie erover te vinden, maar in de programmaboekjes e/o op de websites over het nieuwe seizoen van de theaters in het land is die al wel te vinden. [Cf. ook dit blog van 18 april 2018]
De première zal zijn op donderdag 31 jan 2019 [Cf. – dit staat niet bij de data van hzt]. Hieronder bewaar ik de info van de Stadsschouwburg in Utrecht, waar het stuk op 7 maart 2019 zal gaan (en waar ik hoop heen te kunnen gaan). De informatie dat Enthoven de maker van de illustratie is, vond ik aldaar.  En dat Tinneke Beeckman  (mee aan) de tekst schrijft.
Tim Enthoven heeft de illustratie niet op z’n website. Zie grotere afbeelding op website van De Oosterpoort in Groningen waar het stuk 26 februari 2019 zal worden gespeeld.

dinsdag 22 mei 2018

Autonomie hoort bij Kant, NIET bij Spinoza - #spinoza


U kunt zich wellicht voorstellen hoe tevreden ik was het boekje van Henri Krop te lezen over de onoverbrugbare verschillen tussen Kant en Spinoza vooral tot uiting komend in hun verschillend vrijheidsbegrip. Vrijheid in de zin van autonomie van de mens is als het ware door Kant uitgevonden. [Cf. het vorige blog]. Het deed mij meteen terugdenken aan een discussie die ik op diverse blogs heb gevoerd.

Ik volsta met het weergeven van de eerste. In het blog van 02-12-2008 gaf ik als commentaar op het net verschenen boek van Etienne Vermeersch & Johan Braeckman, De Rivier van Herakleitos. Een eigenzinnige visie op de wijsbegeerte, uitgeverij Houtekiet (2008):

De poging om Spinoza’s vrijheidsbegrip toe te lichten komt niet echt uit de verf. Tot tweemaal toe wordt hierover gesproken en tot tweemaal wordt het begrip ‘autonomie’ geïntroduceerd. In hun behandeling van deze materie lijkt het net alsof vrijheid, die zij gelijkstellen met ‘autonomie’ staat tegenover gedetermineerdheid. Zo is het niet bij Spinoza. ‘Autonomie’ is trouwens geen term van Spinoza. Bij Spinoza gaat het erom dat iemand vrij is die handelt, alleen bepaald door zijn eigen natuur en door niets vanbuiten zijn natuur wordt gedwongen, tegengewerkt of beperkt. Zo is God absoluut vrij om noodzakelijk te handelen volgens zijn natuur, daar er niets buiten zijn substantie bestaat dat enige beperking zou kunnen opleggen. De mens kan er alleen maar naar streven om iets hiervan te bereiken: te kunnen handelen naar het adequate begrip van zijn natuur, als ingebed in de totale natuur / om met intuïtieve kennis de werkelijkheid naar waarheid te begrijpen, deel te hebben aan de goddelijke kennis en daarin zijn geluk te vinden. Bij het begrip ‘autonomie’ dat deze schrijvers gebruiken lijkt het net alsof de mens handelt volgens wetten die hij zichzelf stelt. En dat is niet de manier waarop Spinoza onze werkelijkheid ziet. De auteurs spelen iets teveel hun eigen Spinozaatje-spel.

Daarop kwam als commentaar van een anonymus (mij overigens bekend):

Studiegroep in Amersoort start in september 2018 met Spinoza’s Korte Verhandeling – er kunnen nog belangstellenden meedoen - #spinoza


Dit weekend ontving ik de volgende e-mail – bedoeld om te vermelden in dit blog:

Beste mijnheer Verdult,

Mede dankzij de vermelding op uw blog zijn we tenslotte met 5 personen gestart met het lezen en proberen te begrijpen van de ‘Verhandeling over de verbetering van het verstand’.
We hebben per bijeenkomst zo’n 10 stellingen gelezen en besproken. Achteraf blijkt dat dat soms toch (te) veel was.
Met de opgedane kennis en ervaring willen we (met 4 personen) in september verder en dan met het andere ‘jeugdwerk’ van Spinoza: de Korte Verhandeling. We nemen de uitgave van Rikus Koops. We starten 1 september en weer op zaterdagochtend. 10-12.30 uur om de andere week.
 

1, 15 en 29 september. 13 en 27 oktober. 10 en 24 november. 8 en 22 december. 5 en 19 januari. 2 en 16 februari. 2, 16 en 30 maart. 13 april. 11 en 25 mei.
De bijeenkomsten zijn kosteloos. Adres: Zangvogelweg 43, 3815 BD Amersfoort. Wel tevoren aanmelden:  jacquelinehooijer@gmail.com 

Zou u dit, als u dat passend vindt, weer op uw site willen vermelden?

Met vriendelijke groet,

Jacqueline Hooijer

 Bij deze graag gedaan.
 

maandag 21 mei 2018

Grapje van filosofieprofessor [2] #spinoza


Daar blogspot niet laat zien dat er reacties geplaatst worden, maak ik dit blog om de bezoekers te wijzen op een reactie van de heer J.J.T. Eissink op het blog van 7 mei 2018: “Grapje van filosofieprofessor” – mét hier de eerste pagina van een artikel over de gebroeders Heineken, filosofie-geleerden uit de 18e eeuw.
 

Henri Krop over hoe Spinoza en Kant onoverbrugbaar van elkaar verschillen - @spinoza



Het is mijns inziens wel opmerkelijk te noemen dat er nu pas voor het eerst in de reeks Mededelingen vanwege Het Spinozahuis een brochure verschijnt, waarin Kant en Spinoza met elkaar worden vergeleken. En dat terwijl, zoals uit het nu voor het eerst in het Nederlands verschenen werk over beide filosofen blijkt, de receptiegeschiedenis van het Spinozisme daartoe best aanleiding had gegeven. Enfin, nu is er dan:
Henri Krop, ‘Tussen Spinoza en Kant moet de strijd gestreden worden.’ De tegenpolen van het moderne denken. Mededelingen vanwege Het Spinozahuis #109, 2018 – 36 pp
Een zeer voortreffelijke, heldere behandeling van het thema, die ik dan ook iedereen van harte ter lezing aanbeveel.

zondag 20 mei 2018

Stefan Pawlicki's brochure over Spinoza in reeks met speelse uil op cover - #spinoza


Dr. Stefan Pawlicki, Spinoza i dzisiejszy monizm [Spinoza en monisme vandaag]. Kraków: Towarszystwa Filozoficznego, 1912 - 39 pagina's [cf. hier

De Duitse Spinoza-Bibliografie heeft Pawlicki niet. Via europeana.eu  leren we dat het gaat om: Stefan Zachariasz Pawlicki (1839 - 1916). En vandaar worden we verder geleid naar deze katalogusinfo.
En de.wikipedia leert vervolgens dat hij "war katholischer Priester, Professor, Philosoph und Historiker der Philosophie, Rektor der Jagiellonenuniversität und Präkursor der wissenschaftlichen Apologetik in Polen."  Dit Spinozaboek wordt daar niet vermeld, wel echter in deze PDF over hem - en in deze Poolse monografie uit 2016 over hem.
Het boekwerkje is gedigitaliseerd [cf. PDF] en daaruit blijkt dat de tekst zelf slechts zo'n 20 pagina's omvat. En tot mijn verrassing en verbazing blijkt zelfs zijn manuscript - ja, echt handgeschreven - gedigitaliseerd te zijn [cf. PDF]. Hij moet wel als een belangrijk man gezien zijn.

David Friedrich Strauß (1808 - 1874) over Hermann Samuel Reimarus (1694 - 1768) en #Spinoza


In september 2011 had ik een vierdelige blogreeks “Pantheismusstreit - mijlpaal of steen des aanstoots?” [1], [2], [3], [4]. Ik schreef die n.a.v. het hoofdstuk van Ursula Goldenbaum: “The Pantheismusstreit – Milestone or Stumbling Block in the German Spinoza Reception?” [in: Michael Hampe, Ursula Renz, Robert Schnepf (Eds.). Spinoza's Ethics. A Collective Commentary. Brill, 2011].

Daarin ging het o.a. over Hermann S. Reimarus en diens onuitgegeven Apologie oder Schutzschrift für die vernünftigen Verehrer Gottes. De tekst was door hem geschreven tussen 1735-1767/68, maar pas in 1972 is die voor het eerst in druk verschenen; door Reimarus dus niet uitgegeven daar hij donders goed wist dat hij er last mee zou krijgen. Reimarus ontkende net als Spinoza het bestaan van wonderen en vond - eveneens net als Spinoza - dat ethische doctrines die nodig waren voor het voortbestaan van een maatschappij, voldoende uit de rede konden worden begrepen en geen openbaring nodig hadden. Gotthold Ephraim Lessing (1729-1781) had de tekst in handen gekregen, waarna hij er als bibliothecaris van de Herzögliche Bibliothek in Wolfenbüttel delen uit publiceerde onder de titel Fragmente eines „Ungenannten“. Dat leidde tot de zgn. Fragmentenstreit. Enfin, meer daarover in die genoemde blogs.
De liberale theoloog en schrijver David Friedrich Strauß (1808 - 1874), vooral bekend om zijn boek Das Leben Jesu, kritisch bearbeitet (1835–1836), waarin hij Jezus zag als een mythisch opgesierde Joodse rabbijn, hield zich uitgebreid  bezig met deze Wolfenbüttelschen Fragmente (zoals hij de meestal Wolfenbütteler Fragmente genoemde teksten omschrijft) en bracht daarover in 1862 op de markt: Hermann Samuel Reimarus und seine Schutzschrift für die vernünftigen Verehrer Gottes. In het Vorwort stak hij de loftrompet over Reimarus die Spinoza, zijn voorganger, misschien wel overtrof.
Ik neem hieronder het begin over van zijn in Fraktur gedrukte voorwoord en daarna zijn paragraaf over Spinoza die ik m.b.v. van een OCR-programma in gewone tekst heb omgezet (de voetnoten worden hier doorgenummerde eindnoten).

In Le Temps vandaag "Spinoza et les neurosciences, aller-retour"- #spinoza

bespreking door Mark Hunyadi van het boek van Henri Atlan, Cours de philosophie biologique et cognitiviste. Spinoza et la biologie actuelle. [Cf. blog van 28 april 2018]


vrijdag 18 mei 2018

Gisteren drie Mededelingen van de Ver. Het Spinozahuis ontvangen - @spinoza


We hebben er lang op moeten wachten [beloofd was dat ze in de periode van de voorjaarscursus zouden verschijnen], maar gisteren lagen ze dan eindelijk in m’n brievenbus – deze drie nieuwe boekjes in de reeks Mededelingen vanwege Het Spinozahuis:

 
109 Henri Krop, ‘Tussen Spinoza en Kant moet de strijd gestreden worden.’ De tegenpolen van het moderne denken – 36 pp;

112 Paul Juffermans, Spinoza’s dubbele deconstructie in het Theologisch-Politiek Traktaat - 37 pp;

113 Nanne Bloksma, Spinoza, a Miraculously Healthy Philosopher – 53 pp
De uitgaven zien er weer fraai uit. Mij bevalt deze chamois kleurige omslag beter dan de vroegere grijze.
Twee dingen die mij direct opvallen. Doordat het boekje van Juffermans het nummer 112 kreeg, wordt zo meteen duidelijk gemaakt dat de tekst van de lezing "Spinoza over Quakers en innerlijk licht’ die Jo Van Cauter gaf tijdens dezelfde najaarsbijeenkomst van 2015 waarin Mogens Laerke sprak wiens lezing als #111 verscheen, definitief niet zal verschijnen.
Het tweede dat mij opvalt is, dat de gewoonte om aan te geven op welke lezing tijdens welke vergadering de tekst van de brochure is gebaseerd, kennelijk is verlaten. Van deze teksten is dat niet meer duidelijk. Alleen van het boekwerkje van Nanne Bloksma weet ik dat het gebaseerd is op de lezing die ze in de ledenvergadering van vorig jaar uitsprak. Die lezing was in het Nederlands, terwijl haar boekje in het Engels is gesteld en een veel verder gaande uitwerking is (maar dat laatste kwam wel vaker voor). Of de teksten van Krop en Juffermans op lezingen teruggaan, weet ik niet.
Ik maakte hier een blundertje: ik ben er via de e-mail op gewezen dat boven de tekst van Nanne Bloksma staat: "A lecture delivered in Dutch in Rijnsburg on 3 June 2017." Ik zocht die mededeling in de eerste voetnoot, waar het niet staat, en concludeerde - zonder verder te kijken - ten onrechte dat het er niet stond. Hoe kun je je vergissen.*)

De teksten van Krop en Juffermans zijn niet ontstaan uit lezingen en dat die hier toch een nummer krijgen in deze reeks, is nieuw; vroeger gold dat alleen lezingen en het jaarverslag in de Mededelingen verschenen. Sinds de VHS zelf uitgever werd zijn enige teksten los (buiten deze reeks) uitgegeven worden, maar nu dus met een nummer in de reeks Mededelingen vanwege Het Spinozahuis.  

Enfin, hiermee hebben we weer interessant leesvoer, waarmee we ons aan kennis over Spinoza kunnen laven.

Links pakt Spinoza weer terug - #spinoza


Op 20 november 2017 had ik het blog « “Moord op Spinoza” – hoe Sid Lukkassen namens conservatief rechts Spinoza kaapt. » Het was de titel van zijn crowd funding. Daarna moesten nog enige blogs komen n.a.v. de aankondiging en later verschijning van het boek Moord op Spinoza van Cliteur en Pinto, waaraan ook Lukkassen had meegeschreven.
In de Volkskrant verschijnt een Manifest Vrij Links dat gisteren al op de website stond, waarin Spinoza prominent wordt opgevoerd om het gedachtegoed dat ze voorstaan te onderbouwen.

 

woensdag 16 mei 2018

“Warum das Wort Spinozist bis heute ein Schimpfwort ist…” - #spinoza


Vandaag brengt ZEITmagazin Nr. 21/2018 — 16. Mai 2018 een enigszins merkwaardige reportage van Evelyn Finger, “Biblische Orte - Gelobtes Land.” Bij een aantal foto’s die fotografe Merlin Nadj-Torma in het Nabij Oosten maakte, werpt ze de vraag op: ‘Ist es wirklich nur der Glaube, der den Orten ihren Zauber verleiht?”
Het opvallende is dat ze vervolgens uitgebreid ingaat op Spinoza - kort informatie over hem brengt, en dan meent Merlin Nadj-Torma “scheint mit den Augen Baruch de Spinozas zu sehen, wenn sie auf das Heilige Land schaut” - als “natürliche Orte… fast profan.”
Het merkwaardige, onverwachte, is dat ze vervolgens eindigt met de bewering die ik in de titel overnam.

Blick vom Berg Nebo, Jordanien, hier sah Moses laut Bibel auf das Gelobte Land. Er starb, ohne es betreten zu haben. © Merlin Nadj-Torma

Dupliek op Ton de Kok’s verweer tegen mijn bespreking van zijn “De God van Spinoza” - #spinoza

 
Het moet nu toch een keer van mijn beantwoording komen van het gastblog van 13 mei 2018 waarin Ton de Kok uitvoerig reageerde op mijn bespreking van zijn boekje van 19 april 2018.
Zoals uit deze weinig enthousiaste opening blijkt, zag ik daar een beetje tegenop: ik heb er eerlijk gezegd eigenlijk niet zoveel zin in, daar het me een volstrekt vruchteloze inspanning lijkt.
De Koks repliek was best uitvoerig; hij bracht zijn punten onder in 17 genummerde paragrafen. Ik ga niet overal op in. Het ‘plat determinisme’ (Koks § 4) kwam niet van mij, dus aan die opmerkingen kan ik voorbij gaan . Ín § 5 begint Kok zijn repliek erover dat Spinoza niet geïnteresseerd zou zijn – waar ik geschreven had dat Kok mij soms "ongeïnteresseerd overkwam". Ook dat is een ‘verplaatsing’ die ik laat zitten. Ook dat hij Spinoza's Politieke visie "niet opzienbarend" noemt "erg tegen Hobbes aan" leunend (§ 6), laat ik zitten - gelukkige verschijnen er gedegen boeken over Spinoza's interessante en eigen politieke visie.
Ook ga ik voorbij aan wat hij over mystiek schrijft [§§ 11 en 12]. Volgens De Kok moet de tweede helft van het vijfde deel van de Ethica mystiek worden gelezen. Wie dat niet doet – zoals ik - hoort volgens hem dan tot degenen die vinden dat Spinoza dat deel "beter niet had kunnen schrijven." Waar hij dat bij mij leest mag Joost weten. Ik vind dat bepaald niet, heb in vele, vele blogs juist aandacht besteed aan dat deel, maar laat ook dat hier lopen.

Ik beperk me tot twee thema’s die eigenlijk samenkomen in één:  Kok's gelijkstelling van "Substantie en oerstof" (§ 8). Hij schrijft: "Dat Spinoza zich uitdrukkelijk keert tegen die oerstofopvatting van de natuurfilosofen, zoals Stan beweert, heb ik nergens gelezen." Maar dát heb ik ook nergens beweert, want dát doet Spinoza inderdaad ook niet. Maar wat Spinoza wel doet is een heel eigen substantie-definitie ontwikkelen, waarin het accent geheel ligt op het volstrekt uit zichzelf, onafhankelijk en zelfstandig bestaan ervan én waaraan hij toevoegt dat ’n substantie ook alleen maar uit zichzelf begrepen kan worden. ‘Oerstof’ is een heel ander verhaal dat met Spinoza's benadering niets van doen heeft.
Tot slot ga ik in op Kok’s enigszins verwarrende § 9 (een thema dat met het vorige samenhangt). Ik protesteerde tegen zijn zin op p. 33 van zijn boekje:   "Mocht u denken dat het denken uit de materie afkomstig is, dan heeft u gelijk. Voor Spinoza zijn ons denken  en onze uitgebreidheid twee kanten van dezelfde medaille." Daarover beweert hij nu (om zijn gelijk te halen): "Maar Spinoza zegt her en der denken en uitgebreidheid zijn een en dezelfde modaliteit van de substantie. (twee kanten van dezelfde medaille)." Maar dát zegt Spinoza nergens. "Modaliteit" slaat op modi en op 'modificeren', niet op ‘t attribuut.
Spinoza schrijft in Ethica 2/7s: “quod substantia cogitans et substantia extensa una eademque est substantia quae jam sub hoc jam sub illo attributo comprehenditur [ieder raadplege zijn eigen vertaling. Of kom ik geef toch die van Van Suchtelen: "dat bijgevolg de denkende substantie en de uitgebreide substantie één en dezelfde substantie zijn, welke nu eens als zich openbarende in dit, dan weder als zich openbarende in het andere attribuut beschouwd wordt."].
Aan het gemak waarmee De Kok vindt “denken komt uit de materie” en dan meent dat ("her en der") in Spinoza te kunnen lezen, ergert ik mij mateloos. Dit is volstrek tegen Spinoza in. De attributen en hun modi hebben bij Spinoza nooit enige onderlinge interactie, laat staan causaliteit t.o.v. elkaar. Dat blijkt uit de hele opzet al vanaf Ethica 1/10 en Spinoza vat dat nog eens duidelijk aldus samen in 3/2: “Nec corpus mentem ad cogitandum nec mens corpus ad motum neque ad quietem nec ad aliquid (si quid est) aliud determinare potest.” [Het Lichaam kan de Geest niet tot denken noodzaken, noch de Geest het Lichaam tot bewegen of tot rust of tot iets anders (indien er nog iets anders is). (Van Suchtelen)].
Ik laat het hierbij.

Christopher Skeaff ziet in Spinoza een “vital republicanism” waarbij het op oordelen aankomt - #spinoza


Christopher Skeaff maakte gisteren in een tweet bekend dat zijn boek uit is:
Christopher Skeaff, Becoming Political: Spinoza’s Vital Republicanism and the Democratic Power of Judgment. The University of Chicago Press, 2018  [books.google laat nog slechts heel weinig zien].
In januari 2018 al twitterde hij over de komst ervan en toonde hij de aparte “cover design by the immensely talented Jenny Volvovski.” [cf.]
In this pathbreaking work, Christopher Skeaff argues that a profoundly democratic conception of judgment is at the heart of Spinoza’s thought. Bridging Continental and Anglo-American scholarship, critical theory, and Spinoza studies, Becoming Political offers a historically sensitive, meticulous, and creative interpretation of Spinoza’s texts that reveals judgment as the communal element by which people generate power to resist domination and reconfigure the terms of their political association. If, for Spinoza, judging is the activity which makes a people powerful, it is because it enables them to contest the project of ruling and demonstrate the political possibility of being equally free to articulate the terms of their association. This proposition differs from a predominant contemporary line of argument that treats the people’s judgment as a vehicle of sovereignty—a means of defining and refining the common will. By recuperating in Spinoza’s thought a “vital republicanism,” Skeaff illuminates a line of political thinking that decouples democracy from the majoritarian aspiration to rule and aligns it instead with the project of becoming free and equal judges of common affairs. As such, this decoupling raises questions that ordinarily go unasked: what calls for political judgment, and who is to judge? In Spinoza’s vital republicanism, the political potential of life and law finds an affirmative relationship that signals the way toward a new constitutionalism and jurisprudence of the common.

Morgen komt bij Spinoza à Paris 8 de vraag aan de orde: was Spinoza ecoloog?

mij lijkt de vraag anachronistisch.

dinsdag 15 mei 2018

Foto onthulling “Amcha”-Spinoza-monument op 3 sept. 1956 in Den Haag - #spinoza


Op de webpagina van The Netherlands-Israel Spinoza Seminar dat begin juli a.s. zal worden gehouden (waarop ik in ’t blog van gisteren wees), staat deze foto onder de mededeling:
The two Spinoza’s [Jewish & Dutch] are jarringly brought together at Spinoza’s “burial site.” Spinoza’s bones rest somewhere within the yard of the Nieuwe Kerk (New Church) of The Hague, near a memorial (partially provided by the Haifa Spinozaem) inscribed with the Hebrew word “עמך” (your people).
 
 
Verder worden geen details gegeven van de foto. Die zijn te vinden in het boek van Henri Krop, Spinoza. Een paradoxale icoon van Nederland [2014, op p. 638]. Ik geef hier de tekst van het onderschrift:
Foto van de onthulling van het ‘Amcha’-monument achter de Nieuwe Kerk te Den Haag op 3 september 1956, met op het spreekgestoelte de voorzitter van het Spinozaeum te Haifa, de dichter Malech Ravitsch, naast hem de initiatiefnemer, H.K.F. Douglas. Helemaal links de voorzitter van het comité Pro sepulchro Spinozae, het CHU-Tweede Kamerlid, dr. J.J.R. Schmal.
Merk op dat “the Haifa Spinozaem” op de site van het NISS dus fout is – moet zijn: “the Haifa Spinozaeum”. Wie die mevrouw op de foto is schrijft Krop niet, maar de Haagse Beeldbank vermeldt dat het “mevrouw IJssel” is, zonder dat duidelijk wordt gemaakt wat haar functie is dat ze daarbij staat.
Verder vinden we daar dat het om een “zwart-witfoto 17 x 21 cm” gaat die gemaakt is door: Stevens en Magielsen, Nationaal fotopersbureau. Ook deze foto hier:
 
In Krops boek over de Spinoza-receptie en in dit blog van 27-05-2009 is méér informatie te vinden over deze onthulling.