zaterdag 23 maart 2019

Willi Goetschel over Heine en #Spinoza


 
Nadat Willi Goetschel in zijn boek Spinoza's Modernity: Mendelssohn, Lessing, and Heine [Univ of Wisconsin Press, 2004 – books.google] al veel over Heine en Spinoza geschreven had, verscheen van hem vorige maand

Willi Goetschel, Heine and Critical Theory. London: Bloomsbury Publishing, 2019 - 328 pagina's – books.google
Ook daarin komt ook Heine’s kijk op Spinoza aan de orde, maar ligt het accent op Heines manier van kritisch theoretiseren, zijn invloed op het kritisch denken van Marx, Nietzsche en Freud en de relatie van de Frankfurter Schule met hun kritische Theorie tot hem.

1 mei 2019 verschijnt Italiaanse verzamelbundel #Spinoza en de geschiedenis


dinsdag 19 maart 2019

Lessing over Johann Conrad Dippel (1673-1734): "niemand hätte #Spinoza tiefer verstanden als Dippel."



Om de kleine serie over deze radicale piëtistische vrijdenker, arts en alchemist en zijn betrekking tot Spinoza af te ronden, haal ik hier graag een tekst naar binnen uit Kristine Hannak, Geist=reiche Critik: Hermetik, Mystik und das Werden der Aufklärung in spiritualistischer Literatur der Frühen Neuzeit. Walter de Gruyter, 2013 - 569 pagina's

Kapitel VI “Die Geheimnisse der Mystici mit dem Augen der Vernuft einsehen: Johann Conrad Dippel (1673-1734)”, p. 333-500 –
books.google

Het gaat de schrijfster om de grote belangstelling voor het Corpus Hermeticum en de receptie van hermetische teksten i.h.a. tussen 1530 en 1730. Aparte hoofdstukken van zeer verschillende omvang wijdt ze aan:  
Sebastian Franck 1499 - 1542 [100 blz.]
Valentin Weigel 1533 - 1588 [134 blz.]
Jakob Böhme 1575 - 1624 [26 blz.]
Johann Conrad Dippel (1673-1734) [168 blz.]

Johann Conrad Dippel (1673-1734) bekämpfte niemanden erbitterter als #Spinoza (Max Grunwald)


Zoals ik in het vorige blog aankondigde, breng ik hier hetgeen Max Grunwald over Johann Conrad Dippel schreef in zijn
Max Grunwald, Spinoza in Deutschland: Gekrönte Preisschrift. Berlin: Verlag von S. Calvary & Co, 1897 – archive.org

Grunwald baseert zich in “§ 41. Dippel” vooral op het boek van Dippel, Fatum fatuum, waarop ik in het vorige blog wees - “Der erste Angriff gegen Spinoza von Seiten deutscher Theologen” [aldus de Duitse Spinoza Bibiografie].  
Grunwald ziet Dippel eerder als een felle bestrijder van Spinoza dan als een verborgen aanhanger, of als iemand die door Spinoza is beïnvloed (zoals Stephan Goldschmidt hem las; cf. eerste blog).

Ik vermeld nog dat ik op 25-04-2013 het blog had over: » Max Grunwald (1871 - 1953) Gekrönte Preisschrift "Spinoza in Deutschland" «

maandag 18 maart 2019

Johann Conrad Dippel (1673-1734) bekritiseerde de “Atheistery van Spinosa” en zag in #Spinoza een aanhanger van het noodlottige Fatum


 
In het vorige blog bracht ik het stuk dat Stefan Winkle in zijn Die heimlichen Spinozisten in Altona und der Spinozastreit, over Johann Dippel bracht. Ik deed dat vooral om daarmee een beeld van deze Dippel te krijgen. Maar je kunt niet zeggen dat Winkle erg duidelijk maakt welke houding Dipppel t.o.v. Spinoza had. Dat hij hem zo uitgebreid beschrijft in een boek met deze titel suggereert enigszins dat hij ook hem als een van Die heimlichen Spinozisten in Altona zag. Meer daarover zegt hij in de eindnoten:
Anmerkung 17: Sogar Dippel, der ursprünglich noch auf seiten der Orthodoxen stand und »Speners Pietisterey« beschimpfte, tat dasselbe auch noch mit Spinoza, ehe er durch Arnolds Lektüre sein Damaskus erlebte: »Der dumme Teufel«, »der blinde Gaukler«, »der verblendete Tropf«, »der Narr, der das Tollhaus billig meritirt«, »dieser wahnwitzige und gleichsam trunkene Mensch«, »der philosophische Lumpenkram«, »gaukelhafte Alfenzereyen« - so geht es Seite um Seite in einer seiner Schriften (Wilhelm Weischedel, die philosophische Hintertreppe. München 1966, S. 118).
Anmerkung 71: Ehe Dippel durch Arnold über Spinoza aufgeklärt wurde, erging auch er sich in wüsten Beschimpfungen gegen den »lästernden Erzjuden«, der ein »Atheist« sei und »gaukelhafte Alfanzereien betribe.«
Maar dat Dippel door Gottfried Arnold, de auteur van Unpartheyische Kirchen- und Ketzer-Historie, geïnteresseerd zou zijn geraakt in Spinoza, ja zelfs in de lezing van dat boek zijn Damaskus zou hebben gevonden, maakt Winkle in zijn tekst niet waar. Hij heeft ook niets over het felle boek tegen Spinoza dat ik hierna breng.

zondag 17 maart 2019

Johann Conrad Dippel (1673-1734) was deze Freygeist een heimelijke aanhanger van #Spinoza?


Het vorige blog over Van Stockum en diens Openbare les, waarin ook Dippel voorkwam, werd aanleiding om wat meer over deze Dippel te weten te komen.
Johann C. Dippel was een Duitse piëtistische theoloog, alchemist, natuurkundige en arts. In dit en een volgend blog wil ik het over hem te hebben. Was hij aangestoken door Spinoza? Opmerkelijk vind ik het dat Jonathan Israel in geen van zijn drie boeken over de Radikale Velichting ook maar iets over Johan Dippel heeft – wat een extra motief vormt om eens enige blogs aan deze Freygeist te wijden.

Ook al is Stephan Goldschmidt in zijn Johann Konrad Dippel (1673-1734): seine radikalpietistische Theologie und ihre Entstehung [2001 op p. 12, noot 4] van mening dat “Die Arbeiten, die Dippel als von Spinoza beeinflusst beschrieben haben (MAX GRUNWALD, Spinoza in Deutschland. 69f.; JACOB FREUDENTHAL/CARL GEBHARDT, Spinoza. Leben und Lehre, Teil 2, 224f.; GERHARD ALEXANDER, Spinoza und Dippel; STEFAN WINKLE, Die heimlichen Spinozisten in Altona. 19-27), sind methodisch unzureichend[.],” neem ik hier uit het laatst genoemde werk de betreffende paragrafen over Dippel over - zonder referenties, waarvoor ik naar het boek verwijs. We krijgen hiermee m.i. een redelijk duidelijk beeld van deze Dippel. Later bekijk ik ook wat Max Grunwald over Dippel schreef. Nu eerst
Stefan Winkle, Die heimlichen Spinozisten in Altona und der Spinozastreit. Hamburg: Verein für Hamburgische Geschichte, 1988. - VII, 136 : Ill. – [Beiträge zur Geschichte Hamburgs, #34] - 136 pages [PDF werd naar hier gebracht]