Het heeft even geduurd, maar eergisteren,13 september 2017, is dan eindelijk het persbericht uitgebracht door de Faculteit Wijsbegeerte van de Erasmus Universiteit Rotterdam met dit nieuws, waarover ik in mijn blog van woensdag 23 augustus 2017 mijn verbazing erover uitsprak dat daarover nog niets te lezen was:
vrijdag 15 september 2017
Henry Sidgwick (1838 – 1900) groot ethicus die Spinoza links liet liggen
Over
Henry Sidgwick had ik al eens een blog op 25-10-2016: Verschil tussen "The Point of View
of the Universe" en "Sub Specie AEternitatis." Dat was n.a.v.
het verschijnen van Bart Schultz, Henry
Sidgwick: Eye of the Universe. An Intellectual Biography. Cambridge University Press, 2004 en ’t review bij de NPDR door Robert Shaver (University of
Manitoba).
Aanleiding
voor dit vervolgblog is eveneens een review bij de NDPR nu door David Phillips (University of
Houston) van een nieuw boek van Bart Schultz, The Happiness Philosophers: The Lives and Works of the Great
Utilitarians. Princeton University Press, 2017, 437pp., books.google.
[1x komt Spinoza voor op een pagina – 274 – waar Google ons niet bij laat]. Dat boek gaat over het utilitarisme zoals het was ontwikkeld door de radicale filosofen, critici en sociale hervormers William Godwin (de echtgenoot van Mary Wollstonecraft en vader van Mary Shelley), Jeremy Bentham, John Stuart & Harriet Taylor Mill, en Henry Sidgwick.
Dat
maakte dat ik weer eens naar die Sidgwick op zoek ging, daar Schulz veel over
hem geschreven heeft. Ook is het Barton Schultz, die het lemma Henry Sidgwick
op Stanford Encyclopedia of Philosophy schreef, dat aldus
begint:
donderdag 14 september 2017
Terugblik op (en verantwoording) van mijn recensie van Schuyt’s Spinoza-boek

Daar
ik zelf een beetje verbaasd erover ben dat ik zo positief en enthousiast op het
boek van Kees Schuyt, Spinoza en de
vreugde van het inzicht [Balans, 2017], reageer in de weergave van mijn
leeservaring in het blog van gisteren, terwijl ik toch heel wat kritiekpunten
formuleerde, maakt dat ik er nog even op terug kom. Ik bedoel niet dat ik terug
wil komen op de weergave van mijn leesplezier, noch dat ik mijn conclusie wil
terugnemen dat ik dit het beste boek in het Nederlands over Spinoza vind. Ik
héb van het lezen van dit boek genoten en ik vínd ’t het beste wat we hebben - zeker voor wie een totaaloverzicht zoekt.
Hoe
kon ik zo positief zijn op dit boek (in tegenstelling tot de Spinoza-boeken van
Maarten van Buuren)? Dat heeft te maken met de voorzichtige, niet pretentieuze
houding van Schuyt. Hij vermeldt enige malen dat hij soms twijfelt over zijn interpretatie,
maar dat dat zíjn interpretatie is waar hij verder mee kan. Vergelijk dat eens met
de zelfverzekerde, enigszins opgeblazen houding van Van Buuren, die zelfs
beweert dat hij met een geheel; nieuwe lezing van de Ethica komt – alsof hij
een nieuwe wereld heeft ontdekt, zonder dat hij dat kan bewijzen. Schuyt geeft
ons ook zijn worstelingen in een plezierig leesbare stijl.
De
lijst van “mij bevreemdende opmerkelijke zaken” heb ik, om er nu makkelijker naar
te kunnen verwijzen, alsnog genummerd – het blijken 10 punten te zijn van heel
verschillend kaliber. Daarvan is er één dat er voor mij uitspringt daar het
m.i. een aantoonbaar foute interpretatie van Spinoza is – een onbegrijpelijke die
m.i. niet gemaakt kan worden door iemand die al zo lang en intensief Spinoza
bestudeert. Alle andere onderwerpen, ook de daarvoor genoemde over “macht en
recht” en “formele versus actuele essentie” e.a., daarover verschilt men in de
secundaire Spinoza literatuur van mening. Maar het onderwerp waar ik op doel,
verwoord onder punt 5•, is echt
volkomen mis. De werkelijkheid of de natuur is niet op te delen in twee
gebieden naar de twee ons bekende attributen (Denken en Uitgebreidheid): een
gebied n.l. van de natuurwetenschappen (Uitgebreidheid) en de moraal (Denken).
Dit slaat echt nergens op. Je komt vergelijkbare foute opdelingen wel méér
tegen [ik heb gewezen op de stommiteit van Maarten van Buuren, die de een
tweedeling maakte in Natura naturans als het terrein van het Denken en de
Natura naturata is dat van de Uitgebreidheid – cf. dit blog van 17 juni 2017]. Maar deze onspinozistische opdeling
van de werkelijkheid werkt in het boek van Schuyt niet zover door, dat die
foutieve dichotomie zeer storend zou werken. Dat terwijl Spinoza zo op de eenheid van de werkelijkheid wees en de door Descartes aangebrachte dichotomie bestreed. Jammer dat sommigen er misschien
door op een verkeerd been worden gezet, maar het kan mijn eindoordeel over dit
boek niet afzwakken.
Ik
hoop dat Kees Schuyt zal inzien hoe hij er op dit punt volstrekt naast zit en er zijn boek
nog op zal aanpassen, wat slechts enige bescheiden ingrepen vraagt.
Hieronder
verwijs ik nog naar mijn eerder blogs over Schuyts boek.
________________
woensdag 13 september 2017
Kees Schuyt’s voortreffelijke Spinoza-boek
Het
is zover – ik kan mijn leeservaring weergeven met dit boek van Kees Schuyt: Spinoza en de vreugde van het inzicht [Balans, 2017, 333 blz.].
Ik zal niet verder uitweiden over waarom ik het aanvankelijk niet wilde lezen –
ik gaf daarover informatie in diverse blogs. Maar uiteindelijk kon ik er niet
omheen: ik móest het lezen. Zoveel boeken over Spinoza verschijnen er niet. En
dit lijkt bij nader inzien niet zomaar een boek! Het is een zeer aantrekkelijk
boek over Spinoza juist daar het behalve het enthousiasme van de auteur en de
vele informatie over Spinoza en het Spinozisme die hij biedt, juist ook
door de weergave van zijn wortsteling met bepaalde kanten van Spinoza die hij
aanging en waarvoor hij ofwel een bepaalde interpretatie geeft of zijn kritiek
op bepaalde aspecten van Spinoza geeft, ook een persoonlijk boek is. Kortom, precies wat ik van een dergelijk boek verwacht.
Ik
heb het boek dan ook met veel genoegen gelezen. Hier is een adept van Spinoza
aan het woord, die niet als vanzelf Spinoza overal gelijk in geeft, maar met
hem in discussie gaat. Een paar maal, aan het begin en het eind van zijn boek,
spreekt de schrijver er zijn twijfel over uit of hij wel de juiste
interpretatie had gevonden; maar het is zíjn
interpretatie waarmee hij verder kan met Spinoza. En dan, zegt hij, als er
vrijheid van denken is, is er ook vrijheid van interpretatie. En daarmee meent
hij niet dat het iedereen vrij staat zo maar luk raak een interpretatie die
iemand beter uitkomt te formuleren. Dat kun je van Schuyt niet zeggen: hij doet
zeer zijn best erachter te komen wat en hoe Spinoza het bedoelt en hij
bestudeert daarvoor het denken in Spinoza’s tijd, en degenen die Spinoza
mogelijk volgde of waarvan hij zich juist afkeerde. Bij een serieuze zoektocht
naar het begrijpen van Spinoza kan de serieuze bestudeerder niet om de
interpretaties van andere geleerden heen – behalve je weg vinden door het
labyrint van Spinoza zelf, moet je ook je weg vinden door dat van de secundaire
Spinoza-literatuur en daar kun je dan juist een afslag gekozen hebben, die in
de geschiedenis van het latere denken toch een doodlopende weg bleek te zijn.
Ik zal daar straks een enkel voorbeeld van geven. Maar dát Schuyt zich vele jaren heeft bezig gehouden met Spinoza (van 1991 tot 2007 was hij bestuurslid en voorzitter van de Ver. Het Spinozahuis) en daarbij ook eens een boek van een Spinoza scholar opensloeg, is door het boek heen duidelijk.
dinsdag 12 september 2017
Naast de prestigieuze Spinozapremie komt de Stevinpremie
Om
de resultaten van wetenschappelijk onderzoek nóg beter in de praktijk toegepast
te krijgen kondigde Staatssecretaris Dekker van het Ministerie van Onderwijs,
Cultuur en Wetenschap, begin dit jaar aan dat er een staatsprijs komt voor
wetenschap met maatschappelijk impact: de
nationale valorisatieprijs. [Cf.]
Bij
de uitreiking vandaag van de jaarlijkse Spinozapremies (cf. blog), kondigde dezelfde
staatssecretaris aan dat die prijs (eveneens 2,5 miljoen euro om aan onderzoek
te besteden) de Stevinpremie genoemd zal worden. Dat klinkt heel wat vriendelijker
dan ‘nationale valorisatieprijs.’ [Cf.]
Goed
beschouwd kan de Stevinpremie als een opwaardering of valorisatie van de al
bestaande Simon Stevin-prijzen worden gezien. [Cf.]
Simon
Stevin (1548 – 1620) was een wiskundige en ingenieur, kortom: een toegepast
natuurkundige. Maar de Stevinpremie zal niet uitsluitend naar natuurkundigen
gaan.

[van tweet van ministerie van OCW]
Vandaag feestelijke uitreiking van de NWO-Spinozapremies
Vandaag, dinsdag 12 september 2017 vanaf 14:30 uur [cf. NWO-twitter en deze tweet van gisteren] , zal de feestelijke uitreiking van de NWO-Spinozapremies plaats vinden in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Tijdens de uitreiking vertellen de laureaten wat hun onderzoek inhoudt en waar ze de premie voor in willen zetten. Het gaat om:
Prof. dr. Eveline Crone, als
hoogleraar Neurocognitieve Ontwikkelingspsychologie verbonden aan de
Universiteit Leiden
Prof. dr. Albert Heck, als hoogleraar
zowel verbonden aan Scheikunde als aan Farmaceutische Wetenschappen van de
Universiteit Utrecht.
Prof. dr. Michel Orrit, als hoogleraar
Spectroscopie van Moleculen in Gecondenseerde Materie verbonden aan de
Universiteit Leiden.
Prof.dr.ir. Alexander van Oudenaarden,
algemeen directeur en groepsleider bij het Hubrecht Instituut (KNAW), dat nauw
samenwerkt met het Universitair Medisch Centrum Utrecht, en hoogleraar
Quantitative Biology of Gene Regulation aan de Faculteit Bètawetenschappen en
de Faculteit Geneeskunde van de Universiteit Utrecht.
De laureaten krijgen elk 2,5 miljoen euro te besteden aan wetenschappelijk onderzoek én een Spinoza-beeldje
[Volgens website NWO, verder is er dit ANP-bericht op Nieuws.nl]
Over de mens als passiewezen: de filosofie van de emoties en de ‘affective turn’ in de menswetenschappen
Het
is nauwelijks meer voor te stellen dat de filosofie zich tot in het nabije
verleden bijna uitsluitend bezighield met metafysische en epistemologische
vraagstukken en de sensuele en lichamelijke aspecten van kennis
verwaarloosde. Dat is intussen flink veranderd. In dit blog wijs ik weer graag op de gratis beschikbaarheid van een gedegen boekwerk.
In
oktober 2010 werd in München een driedaagse conferentie (Tagung) gehouden over:
Passions and the Limits of Pure Inquiry II: The Seventeenth Century. De eerste
dag was gewijd aan Descartes, op de tweede stond - Exploring Spinoza’s theory of
the affects – Spinoza centraal [cf. blog].
Toen het boek n.a.v. deze conferentie verscheen, maakte ik
op 17-07-2012 een blog waarin ik meedeelde dat uitkwam:
Sabrina
Ebbersmeyer (Ed.): Emotional Minds. The
Passions and the Limits of Pure Inquiry in Early Modern Philosophy. De
Gruyter, 13.07.2012 - isbn 978-3-11-026090-8 - € 99,95
De uitgever schreef: “The thoroughly contemporary
question of the relationship between emotion and reason was debated with such
complexity by the philosophers of the 17th century that their concepts remain a
source of inspiration for today's research about the emotionality of the mind.
The analyses of the works of Descartes, Spinoza, Leibniz, and many other
thinkers collected in this volume offer new insights into the diversity and
significance of philosophical reflections about emotions during the early
modern era. A focus is placed on affective components in learning processes and
the boundaries between emotions and reason.”
Ik
maakte de opmerking dat ik het wel prijzig vond. Maar zie, op 23 februari 2017
is het vrij ter beschikking gesteld - licensed under the Creative Commons etc.
Dat geef ik de geïnteresseerde hier graag even door [cf.].
Abonneren op:
Posts (Atom)



