In
het eerste blog van deze kleine reeks had ik al aangegeven dat, behalve Ed, ook
Maarten van Buuren aanleiding ervoor vormde. In dit slotblog wil ik kort
aanduiden wat je bij Maarten van Buuren over ratio en verstand tegenkomt.
Op
Maarten van Buuren Spinoza-uitleg heb ik, zoals de oplettende lezer zal zijn
opgevallen, nogal wat aan te merken. Ook in dit blog zal dat weer het geval
zijn. Maar voor het onderwerp dat mij in de voorbije drie blogs bezighield, is het
goed vast te stellen dat Van Buuren een interessante en treffende toelichting geeft in een
aantekening bij Deel I van de Ethica. Ik doe immers niet aan zomaar Van Buuren ‘bashen’ en citeer graag die eindnoot die te vinden is op p. 68
van zijn Ethica-vertaling:

Potentieel verstand. Spinoza sluit uit dat er een verstand bestaat los van het denken. In ons hoofd zit niet een verstand dat in werking wordt gezet op het moment dat we gaan denken. Het enige wat bestaat zijn denkactiviteiten. We hebben de neiging om deze activiteiten te verzelfstandigen (te hypostaseren) tot een ding dat verstand wordt genoemd, maar dat verstand bestaat niet als zelfstandig ding, zoals Spinoza herhaaldelijk betoogt. Het enige wat werkelijk bestaat zijn de denkactiviteiten. Vandaar dat Stellingen 30 en 31 niet eenvoudig het verstand betreffen, maar het 'werkelijke verstand', dat wil zeggen het verstand opgevat als de verzamelde denkactiviteiten → VERSTAND, DENKDINGEN/WERKELIJKE DINGEN.
Ik
vind dit een goede uitleg; alleen jammer dat hij niet verwijst naar 2/48 + Scholium waar
Spinoza z’n zienswijze hierover het scherpst verwoordt.



