dinsdag 22 mei 2018

Autonomie hoort bij Kant, NIET bij Spinoza - #spinoza


U kunt zich wellicht voorstellen hoe tevreden ik was het boekje van Henri Krop te lezen over de onoverbrugbare verschillen tussen Kant en Spinoza vooral tot uiting komend in hun verschillend vrijheidsbegrip. Vrijheid in de zin van autonomie van de mens is als het ware door Kant uitgevonden. [Cf. het vorige blog]. Het deed mij meteen terugdenken aan een discussie die ik op diverse blogs heb gevoerd.

Ik volsta met het weergeven van de eerste. In het blog van 02-12-2008 gaf ik als commentaar op het net verschenen boek van Etienne Vermeersch & Johan Braeckman, De Rivier van Herakleitos. Een eigenzinnige visie op de wijsbegeerte, uitgeverij Houtekiet (2008):

De poging om Spinoza’s vrijheidsbegrip toe te lichten komt niet echt uit de verf. Tot tweemaal toe wordt hierover gesproken en tot tweemaal wordt het begrip ‘autonomie’ geïntroduceerd. In hun behandeling van deze materie lijkt het net alsof vrijheid, die zij gelijkstellen met ‘autonomie’ staat tegenover gedetermineerdheid. Zo is het niet bij Spinoza. ‘Autonomie’ is trouwens geen term van Spinoza. Bij Spinoza gaat het erom dat iemand vrij is die handelt, alleen bepaald door zijn eigen natuur en door niets vanbuiten zijn natuur wordt gedwongen, tegengewerkt of beperkt. Zo is God absoluut vrij om noodzakelijk te handelen volgens zijn natuur, daar er niets buiten zijn substantie bestaat dat enige beperking zou kunnen opleggen. De mens kan er alleen maar naar streven om iets hiervan te bereiken: te kunnen handelen naar het adequate begrip van zijn natuur, als ingebed in de totale natuur / om met intuïtieve kennis de werkelijkheid naar waarheid te begrijpen, deel te hebben aan de goddelijke kennis en daarin zijn geluk te vinden. Bij het begrip ‘autonomie’ dat deze schrijvers gebruiken lijkt het net alsof de mens handelt volgens wetten die hij zichzelf stelt. En dat is niet de manier waarop Spinoza onze werkelijkheid ziet. De auteurs spelen iets teveel hun eigen Spinozaatje-spel.

Daarop kwam als commentaar van een anonymus (mij overigens bekend):

T.a.v. je conclusie dat de Griekse term 'autonomie' niet voorkomt: dat is in elk geval juist voor de Ethica, maar Spinoza hanteert m.i. wel strekking van de term. Autonomie is in het Latijn namelijk te vertalen als 'suis legibus vivendi potestas'. In een dergelijke omschrijving wijst Spinoza op de autonomie van God (EIP17: 'Deus ex solis suae naturae legibus et a nemine coactus agit.') en ook van de mens (bijv EIVP18S (p. 221 Van Suchtelen): 'Deinde quandoquidem virtus nihil aliud est, quam ex legibus propriae naturae agere [. . ]')."

Daarop reageerde ik (in een zekere herhaling vallend):

Bij Spinoza gaat het erom dat iemand vrij is die handelt, alleen bepaald door zijn eigen natuur en door niets vanbuiten zijn natuur wordt gedwongen, tegengewerkt of beperkt. Zo is God absoluut vrij om noodzakelijk te handelen volgens zijn natuur, daar er niets buiten zijn substantie bestaat dat enige beperking zou kunnen opleggen. [Dat lijkt mij nog niet zo'n gekke parafrase van "Deus ex solis suae naturae legibus... agit"]. De mens kan er alleen maar naar streven om iets hiervan te bereiken: te kunnen handelen naar het adequate begrip van zijn natuur, als ingebed in de totale natuur - om met intuïtieve kennis de werkelijkheid naar waarheid te begrijpen, deel te hebben aan de goddelijke kennis en daarin zijn geluk te vinden. Bij het begrip 'autonomie' dat deze schrijvers gebruiken lijkt het net alsof de mens handelt volgens wetten die hij zichzelf stelt. En dat is niet de manier waarop Spinoza onze werkelijkheid ziet.
Het ging mij juist om de m.i. onspinozistische toepassing van de term 'autonomie' op de mens, die de auteurs zonder restrictie toepassen. Autonomie wordt immers i.h.a. gezien als: jezelf wetten stellen (t.o heteronomie].

Daarop anonymus weer:

Ik blijf van mening dat Spinoza wel degelijk doelt op autonomie ('suis legibus vivendi potestas' = het vermogen volgens eigen wetten te leven: een prachtige omschrijving van het voor antiek Latijn vreemde 'autonomie' als afgeleid van het Grieks 'auto-nomos').
Ter ondersteuning van mijn visie verder een recente uitspraak van Piet Steenbakkers in Libertas philosophandi (p. 120): 'Vrijheid is autonomie, zichzelf de wet voorschrijven, onder eigen gezag staan. In ethische zin zijn we heteronoom als we afhankelijk zijn van de passies die we niet kunnen controleren'. Dus ook Piet, en met hem nog vele anderen, heeft het volgens jou bij het verkeerde eind?
Bedenk voorts dat Spinoza in de TTP stelt (p. 176 Akkerman): 'Als het nu zo gesteld was met de mensen, dat ze niets anders zouden begeren dan wat de ware rede aanwijst [want dergelijke mensen zijn waarlijk vrij en autonoom, leven door inzicht volgens de (heteronome) wet], dan zou de gemeenschap zeker geen [heteronome] wetten nodig hebben;'

Waarop ik:

Ja, als Piet Steenbakkers en ´met hem vele anderen´..., zouden bedoelen dat het bij autonomie zou gaan om "wetten die mensen zichzelf stellen" en niet om met de rede in te zien en te handelen volgens wetten die van de natuur ofwel God komen, om in harmonie daarmee te handelen, ja dan hebben zij het volgens mij bij het verkeerde eind. Ik denk echter dat de interpretatie van anonymus er wellicht enigszins naast is.
De TTP erbij halen vergt een heel betoog over de betekenis van natuurwet en mensenwetten en voert hier te ver.
Mij ging en gaat het in mijn reactie er alleen om dat vrijheid bij Spinoza is: handelen volgens de het ding eigen essentie en natuurlijke wetten (zonder van buitenaf gedwongen te worden). God, causa sui, ís die natuurwetten, heeft die a.h.w. zichzelf gesteld, de mens niet. In die zin kan de mens nooit autonoom zijn en slechts participeren in de autonomie of vrijheid van God.

Op meer blogs kwam dat onderwerp aan de orde, maar ik laat het hierbij. Ik ben blij dat Henk Krop, de opvolger van Piet Steenbakkers, heel duidelijk laat zien dat autonomie bij Kant hoort en niet bij Spinoza. Zo krijg ik na tien alsnog ondersteuning van de huidige bijzonder hoogleraar Spinoza Studies. En dat doet mij deugd.

Niet voor niets dat voor de Kant-medaille $199.90 en voor die van Spinoza $254.90 wordt gevraagd

 

1 opmerking:

  1. Hallo Stan,

    Wat jammer dat we laatst niet zo veel tijd hadden om op Spinoza en Kant in te gaan. En mijn geheugen is te slecht om alle zaken die mij opgevallen waren direct op te kunnen lepelen.
    In reactie op je blogs over Spinoza en Kant ben ik nog eens door het eerste deel van het boekje van Krop gaan neuzen.
    Zo kon ik opmerkingen die ik eerder in m'n hoofd had ook opschrijven.

    Daarmee kom ik tot de volgende reactie op de discussie, veel plezier (ahum):
    Kant ’s principiële idee dat de mens vrij en autonoom is, lijkt inderdaad niet te verenigen met Spinoza’s determinisme. Spinoza's theoretische intuïtieve kijk is echter helemaal niet voor iedereen weggelegd: even moeilijk als zeldzaam.
    Spinoza’s praktische kijk op de mens lijkt me heel wat minder absoluut. Wie is de praktische mens bij Spinoza? Al diegenen die zich vrij wanen, die contingentie ervaren, die teleologisch en antropocentrisch denken, die hun affecten invloed zien hebben op hun denken.
    De opmerkingen van Cohen zoals weergegeven in de mededeling van Krop lijken zeer uit te gaan van de theoretische positie. Iedere keer lijkt hij de effecten die de medemens heeft te ontkennen: bij de conatus en mogelijkheden van menselijke ontwikkeling, bij de gedachte dat Spinoza’s ethiek hedonistisch zou zijn. Ik zie daar toch ook de medemens als middel én doel, en de sereniteit als eindpunt.
    Praktisch lijkt mij Spinoza ook helemaal niet het denken en willen uit te bannen. Ook al is het een fictie, je moet het er toch mee doen.
    De idee van god die de kroon op het kritisch denken zou zijn, zou je (als de ethica omgekeerd leest) ook uit de menselijke vermogens bij Spinoza kunnen halen. Zoals al eens eerder opgemerkt: het zijn Spinoza's menselijke vermogens die zijn werk schreven.

    Er lijkt wat vrijheid betreft een verschil tussen het Kantiaanse postulaat en het Spinozistische doel (als ik dat zo mag zeggen ;-)
    Kant lijkt het paard achter de wagen te spannen als hij de vrijheid postuleert enkel om de ethica mogelijk te maken. Alsof de mens, gezien z’n omgeving, autonoom kan zijn. Terwijl Spinoza het determinisme stelt, maar de praktische mens hiervan (ook al is het uit gebrekkig inzicht) vrijstelt.
    Kortom, beide ultieme posities lijken onhaalbaar, maar lijken meer op elkaar in de praktische uitwerking van beider "ist" en "sollen".

    Groet,
    Howard

    BeantwoordenVerwijderen