vrijdag 30 maart 2018

Maarten van Buurens Spinoza-interpretatie door VHS en Spinoza Kring Soest gelegitimeerd? #spinoza


Waren het tot nog toe alleen de ISVW en uitgeverij Ambo / Anthos die Maarten van Buuren als Spinozadeskundige erkenden en pushten, nu beginnen Spinozakringen Van Buuren als deskundige te authentiseren.
Morgen begint bij de Spinoza Kring Soest zijn cursus in vijf delen [cf.], waartoe hij, zo is mij bekend, zichzelf heeft aangeboden. Ik ben benieuwd wat hun ervaring met hem wordt.
In januari 2018 maakte de Ver. Het Spinozahuis het thema van de zomerweek bekend: Spinoza en de Europese Verlichting (cf. blog van vrijdag 26 januari 2018). Gisteren werd het programma op de website van de VHS gezet. En tot mijn verbazing staat voor donderdag 26 juli Maarten van Buuren geprogrammeerd met: "Wat bedoelt Spinoza met de term rede (ratio)?"
Het vele kritische commentaar dat ik in de loop der tijd aan Van Buurens Spinoza-interpretatie heb gewijd, heeft niet geholpen om de VHS zich van hem te doen distantiëren.
Onlangs vroeg iemand die op mijn weblog had gelezen dat ik tenslotte toch Van Buurens Ethica-vertaling had aangeschaft, of ik daaraan nog een blog zou wijden. Ik liet weten dat ik besloten had dat niet te doen, daar het kon gaan lijken alsof ik een hetze tegen hem aan het voeren was. Ik was weer veel van de al in zijn boeken geuite misvattingen tegengekomen en had besloten daar niet meer over door te gaan. Het was genoeg geweest. Ik vind wel opvallend dat er voor zover mij bekend nog geen filosofietijdschrift een recensie aan zijn vertaling heeft gewijd.
In plaats van een uitgebreide recensie volsta ik met twee citaten:

“Denken moet volgens hem [Spinoza] worden begrepen als een hersenactiviteit. Een affect is met andere woorden een voorstelling die de hersenen zich maken van het lichaam en via deze vorstelling van de externe lichamen die ons lichaam ‘aandoen’. [Ten geleide, p. 9)

“Spinoza noemt ze [Natuurverschijnselen] Denken en Uitgebreidheid, ook wel natura naturans en natura naturata. Het zijn gezichtspunten op een en dezelfde eenheid, net zoals geest en lichaam gezichtspunten zijn op de individuele mens.” [Ethica in vogelvlucht, p. 353]

Meer ga ik er niet over zeggen.

21 opmerkingen:

  1. Stan,
    Wat is er toch mis als Maarten denken en de lichamelijke werkende uitgebreidheid ervan (naar Spinoza) als natuurlijke wisselwerking en dus ook in een samenwerkend verband beschrijft? Zo actief uitgedrukt doen we toch allemaal kennis en begrip op van de dingen en ons zelf die we kunnen uitwisselen!

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Bas,
      “Wat is er toch mis als Maarten denken en de lichamelijke werkende uitgebreidheid ervan (naar Spinoza) als natuurlijke wisselwerking en dus ook in een samenwerkend verband beschrijft?”
      Twee zaken kunnen mislopen.
      Eerst wanneer je de nadruk teveel op onze hersenen legt als Spinoza daarnaar verwijst in het aanhangsel van deel 1:
      “… dat de mensen naar gelang de gesteldheid van hun hersenen over de dingen oordelen en zich de dingen liever verbeelden dan ze te begrijpen.” En iets verder “dat ieder naar gelang de gesteldheid van zijn hersenen over de dingen oordeelt of liever de aandoeningen van zijn verbeelding voor de dingen zelf aanziet.”

      Spinoza wijst hier meer op het onderscheid tussen de passieve verbeelding van de eerste kensoort - het imaginaire - verbonden met de oordelen die mensen vormen naar gelang ‘de gesteldheid van hun hersenen’.
      Beter is misschien te zeggen, naar gelang ‘de gesteldheid van hun begrijpen’. Want niet adequate gedachten zitten gevangen binnen de passieve affecties en blijven ‘lijdingen’.
      In elke mens is er natuurlijk activiteit in de grijze hersencellen, er is neuronengeflikker!
      En dus zou je kunnen zeggen dat een affect inderdaad een voorstelling is die de hersenen zich passief maken van het lichaam, en via deze voorstelling van de externe lichamen die ons lichaam ‘aandoen’.

      Maar… met E2, 48 verwijst Spinoza naar twee zaken: “Immers onder voorstellingen versta ik niet beelden zoals zij op de achtergrond van het oog, of zo men wil, midden in de hersenen worden gevormd, maar begrippen van het Denken.”

      Eerstens stapt Spinoza over van de passieve beeldende voorstelling naar de actieve Idee, naar het met Rede begrijpen in het attribuut Denken.
      Tweedes ligt de nadruk op de attributen Denken en Uitgebreidheid, die gescheiden de Ene Substantie uitdrukken.

      Ideeën - modi van Denken – ontstaan in een aaneenschakeling van ideeën in het attribuut Denken.
      Let op, ideeën moeten voor Spinoza geduid worden via het attribuut Denken en niet via de hersenen want die maken deel uit van het attribuut Uitgebreidheid.
      Daarom is “Denken moet worden begrepen als een hersenactiviteit” niet spinozistisch.
      Biologisch neurologisch klopt het wel, maar filosofisch spinozistisch niet. Zijn uitgangspunt is te nemen en niet te laten voor een lezer van Spinoza.

      Ook E2, 7 brengt verduidelijking.
      De bestaanswijze van de Uitgebreidheid en de voorstelling van die bestaanswijze zijn één en hetzelfde, slechts op twee manieren uitgedrukt. En hoewel orde en verband van de voorstellingen dezelfde zijn als orde en verband van de dingen, onderscheidt Spinoza via ‘God als oorzaak’ de voorstelling van een cirkel alleen VOORZOVER God een denkend iets is, van de cirkel zelf echter VOORZOVER God een uitgebreid iets is.’

      Verwijderen
    2. Larie Ed,

      In mijn text en ook in die van Maarten gaat het over een dynamisch en actief verband. En niet over een verband dat uit de lucht komt vallen.

      Verwijderen
    3. Er komt niets uit de lucht gevallen bij Spinoza. Het volgt uit definities en axiomas.

      Verwijderen
    4. Ja maar die moeten ook volgens Spinoza wel werken. De werkelijkheid uitdrukken. M.a.w. niet alleen in woorden maar ook naar feitelijk kloppen.

      Verwijderen
    5. Bas,
      hier een paasei voor jou.
      Wat doe jij met E3,2 waar Spinoza schrijft “Datgene dus wat de Geest tot denken dringt is een bestaanswijze van het Denken en NIET van de Uitgebreidheid, d.w.z. NIET het lichaam”.

      Verwijderen
    6. Bas Beekhuizen4 april 2018 om 12:33

      Ja Ed,
      Verstandig uitgedrukt niet speculatief door filosofen maar door wetenschappers de theorie ook in overeenstemming met de praktijk nagaan. Verstandig in die uitgebreide zin of betekenis. Adequaat wisselwerkend wat hij met reflectie bedoelt is in zijn kennisleer een voorstelling naar kennis van zaken maken. Dat kost inspanning of energie dat telt voor iedereen en is naar lichamelijke functie (stofwisseling) uitwisselbaar en meetbaar. Een niet-adequate voorstelling kost dat ook, maar levert geen juiste identificatie op maar verspilde moeite een vluchtige waar Hume later nog mee zat. Spinoza noemt dat verstand of natuurlijk intuïtief kloppend werkend wat de dingen ook representatief deugdzaam naar transformerend wiskundig wisselwerkend verband natuurwetmatig werkend begrijpt en beschrijft. Dat is nog steeds niet makkelijk het opdoen van uitgebreidere kennis van zaken middels wisselwerkende maatstaven (naar natuurconstanten), vooruitgang in kennis en ons handelen bereiken. In E4 en 5 legt hij de maatschappelijke betekenis verder uit waarom het zin heeft om ons verstandelijk weten naar zijn integraal werkende methode van theorie en praktijk te gebruiken.

      Verwijderen
    7. Bas Beekhuizen4 april 2018 om 13:53

      In E3,2 legt hij het afzonderlijk uit hoe wij naar dwaasheid denken dat de geest Vrij van voortellingen is en dat diegenen die dat denken dromen met de ogen open'. In E3.3 e.v. maakt hij het causale verband van de Geest met adequate voorstelling duidelijk en bewijst dat door naar st. 11 en 13 van deel 2 te verwijzen; de voorstelling van het Lichaam maakt het wezen van het Geest uit etc... Overigens aan Stan heb ik daar eerder ook al op gewezen. Teruglezen en verder lezen is mijn advies. Spinoza geeft dat zelf aan. Dan begrijp je hoe dat adequaat en inadequaat naar mate van kennis van de Natuurlijke verbanden ook in het algemeen samenwerk en ook in ons concreet wisselwerkt.

      Verwijderen
    8. Bas Beekhuizen4 april 2018 om 15:41

      Ed,
      Een kip en een haan maken het samen ei compleet. En het kuiken als dat er al uit voortkomt en zonder onze voortijdige consumptie van het ei door het uitbroeden van de kip is dan toe een zelfstandige kip of haan getransformeerd. Geheel volgens de eigenschappen van het voortplantingsprincipe van de natuur van klipachtige. Met pasen is daar niet veel meer kans op dan dat een lege dop overblijft. Maar bedankt voor het ei Ed.

      Verwijderen
    9. “de voorstelling van het Lichaam maakt het wezen van het Geest uit etc...”
      Inderdaad, omdat bij Spinoza - in tegenstelling tot Descartes - geest en lichaam één zijn stelt hij dat de geest het idee van het lichaam is. Er is daarom geen causale wisselwerking want er is geen ‘tweeheid’, er is éénheid. Er is niet ‘het ene’ dat ‘het andere’ kan beïnvloeden want er is slechts ‘één lichaamgeest-ding’.
      Vandaar dat men dit ook omschrijft als het idee dat de geest is. Let op het ‘is’.

      “het causale verband van de Geest met adequate voorstelling”
      Inderdaad, vervolgens is er het al dan niet adequate denken in de causale aaneenschakeling van ideeën in het attribuut denken los van het attribuut uitgebreidheid of lichamelijkheid.
      Vandaar dat men dit ook omschrijft als het idee dat de geest heeft. Let op het ‘heeft’.

      En belangrijk, beiden zijn verschillend. Het idee dat de geest is, is niet hetzelfde als de idee die de geest heeft. Zie het artikel van Ursula Renz, “Explicable explainers: The problem of mental dispositions in Spinoza’s Ethics.” Ik haal dit even aan omdat het hier op Stans blog staat, er zijn andere teksten aan te duiden.

      Ik denk, Bas, dat jij beiden door elkaar haalt. Het ‘idee dat de geest is’, scheidt jij niet van het ‘idee dat de geest heeft’.

      Het paasei brengt geen kuiken. Leuk dat je ermee afsluit.

      Verwijderen
    10. Het ‘idee die de geest is’ onderscheiden van het ‘idee die de geest heeft’ vraagt nauwgezette aandacht in het lezen van Spinoza. In E2, 29 zegt Spinoza “In zoverre de geest dus deze ideeën heeft, heeft hij noch van zichzelf, noch van zijn lichaam, noch van de lichamen buiten hem een adequate kennis”. Dit ‘heeft’ is het passieve kennen van het eerste weten via de van buitenuit komende affectiones.
      Dit is de ‘idee die de geest is’, hier is de geest als een automatom direct gevormd zonder reflexie. Geest en lichaam zijn één.

      Pas later in de opmerking gaat Spinoza echt over naar de ‘idee die de geest heeft’ via het van binnenuit gelijktijdig beschouwen van verschillen en overeenkomsten waardoor de geest ‘begrijpt’. Dit begrijpen vormt het ‘hebben’ in ‘heeft’, de ‘idee die de geest heeft’.
      Alleen van Buuren en van Suchtelen hebben gezien dat ‘begrijpen’ belangrijk is, zij hertalen ‘verschillen en tegenstellingen te begrijpen’.
      Krop hertaalt ‘verschillen en tegenstellingen na te gaan’. Dat is zwakker uitgedrukt lijkt me.
      In dit actieve innerlijke reflexieve begrijpen gaan we pas over naar het tweede weten. Hier vindt de causale aaneenschakeling plaats van ideeën in het attribuut denken.

      Verwijderen
    11. Bas Beekhuizen5 april 2018 om 13:49

      Ed,
      Geest is maar een woord. Ook volgens Spinoza. Op zichzelf heeft het helemaal geen betekenis of slechts die een 'gek' eraan geeft. Met geest drukt Spinoza de lichamelijke causale werking van de Natuur uit. Die bestaat werkelijk. Verder wil ik er geen woord meer over vuil maken

      Verwijderen
    12. Nou ja, wat de gek ervan maakt weet ik niet. Ik volg hier de lijn die bijvoorbeeld Herman de Dijn uitzet in zijn boek ‘Spinoza – de doornen en de roos’. Maar misschien vind jij De Dijn (en andere scholars) ook gek?

      Niemand ontkent dat de geest een uitdrukking is van substantie via de attributen denken en uitgebreidheid. Dat bestaat inderdaad werkelijk, en de geest is het idee als waarneming van een bestaand lichaam.
      Alleen is dat maar één aspect, daarom gebruikt Spinoza vindingrijk de perspectiefwisseling met het woordje ‘quetanus’.
      E2,28: “Voorzover de ideeën van de aandoeningen van het menselijk lichaam alleen met de menselijke geest in verband staan, zijn ze niet helder en onderscheiden maar verward.”
      Bas, dit lees jij toch ook bij Spinoza neem ik aan?
      E2,45 parafraserend: De idee van een menselijk Lichaam wordt adequaat begrepen, voorzover het zich openbaart in dat attribuut waarvan God de oorzaak is. En de idee (van het menselijk lichaam) is een modus van het attribuut denken, met als gevolg de causale en conceptuele barrière tussen de attributen (en hun modi).

      Dit is toch zo gek niet van Spinoza?

      Verwijderen
    13. Bas en Ed,
      Juliie maken hier gezellig je eigen verborgen Spinoza-speelveldje op 't zo wijde internet. Ga rustig in eeuwigheid door - niemand stoort het, niemand ziet het, niemand doet er iets mee. Maar jullie houden je gezellig bezig. Ook met het bedenken van nieuwe woordjes als 'quetanus’.
      Zullen we er een picqetanusje bij nemen i.p.v. een pikketanusje?

      Verwijderen
    14. Ach Stan, heb ik het verkeerd geschreven? Dat valt je graag op, niet? Ha ha

      Verwijderen
    15. Stan, speciaal voor jou
      'Quatenus'. Zo goed?

      Verwijderen
    16. Bas Beekhuizen7 april 2018 om 16:09

      Mijn laatste bijdrage over dit onderwerp Ed,
      Ja ik lees dit ook bij Spinoza als je mijn opmerkingen goed gelezen en begrepen hebt over stellingen 3,2 en 3,3 e.v. Die perspectiefwisseling vat Spinoza natuurkundig als wisselwerking op. De stoffelijk natuur doet dat en wij doen dat omdat we er deel van uit maken. De vergelijkende beschrijving daarvan naar markerende of kenmerkende eigenschappen doet hij naar het voorbeeld van de wiskunde in stellingen, dat is niet zo gek in de Eeuw van de optica en als je God als de werkende Natuur opvat in alles. Het woordje God krijgt zo een dynamische betekenis bij Spinoza. De zintuigelijke wisselwerking en wat we eten voedt onze stofwisseling, naar de Geest of eigenschappen van de stof. Hij kende die niet allemaal, niemand in zijn tijd (celstof, RNA/DNA wisselwerking). Een beschrijving naar kenmerkende eigenschappen en overgangen geeft zijn kennisleer op hoofdzaken, substantieel naar de kern waar het om draait. O.a. in zijn 'kleine' Natuurkunde. Met als gevolg de causale en conceptuele barrière tussen de attributen (en hun modi) is onzin - je praat hier Stan na - want in die natuurlijke oorzakelijke NOODWENDIGE modus is er juist kennis van de Natuur mogelijk bij Spinoza. Intuïtief gebruiken mensen dat inschatten van de dingen met hun bijzondere hersenwerk dagelijks om zich te kunnen oriënteren in het leven. Maar complex dingen kunnen pas met behulp van experimenteren met techniek als adequate kennis worden opgedaan. Onze intuïtie moet daarmee worden verbonden en verstandig kloppend worden gecombineerd. Dat UITGEBREIDERE waarnemen van gewaarwordingen is bij Spinoza de eigenlijke intuïtie of het weten van het hersenwerk naar wetenschap, naar wetenschappelijke theorie en praktijk verbindend verifiëren, dat vergt veel energie maar die wetenschap levert veel maatschappelijk voordeel op (E4) en deugd als we het ons als menselijk hoogste goed bewust worden (E5).
      Prachtig zoals Spinoza dat dynamisch en krachtig verbindend verwoord als de macht van ons verstand waarmee we ook uit ingewikkelde zaken, die eerst nog niet vanzelfsprekend of tegen intuïtief lijken, gezamenlijk wijs kunnen worden.

      Verwijderen
    17. Tja, nu begrijp ik je gedachtegang.
      Je schrijft “Die perspectiefwisseling vat Spinoza natuurkundig als wisselwerking op. De stoffelijk natuur doet dat en wij doen dat omdat we er deel van uit maken.”
      En “de causale en conceptuele barrière tussen de attributen (en hun modi) is onzin.”
      Dat heb ik nog nooit ergens gehoord.
      Oké, bedankt.

      Verwijderen
  2. Ik denk dat het inderdaad het beste is er verder het zwijgen toe te doen. Ze komen er wel achter.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Bas B., hier hebben we al vaker met elkaar over gesteggeld. Jou ontgaat ten ene male wat omschreven wordt als de causale en conceptuele barrière tussen de attributen (en hun modi). Mij ontgaat waar jij bij Spinoza een passage vandaan meent te kunnen halen al": "de lichamelijk werkende uitgebreidheid van het denken", want dat is wat je schrijft.
    Ik geef het echt op.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. "Gewoon" hersenwerk Stan. Nadenken.

    BeantwoordenVerwijderen