vrijdag 27 juli 2018

Paul Auster verwijst in zijn gedicht ‘Looking glass’ naar Spinoza’s God - #Spinoza


"The world is in my head. My body is in the world."
Paul Auster in: Notes From A Composition Book (1967)

Ter introductie van de dichter en schrijver haal ik deze korte omschrijving van z’n eigen website:
Paul Auster is the bestselling author of Winter Journal, Sunset Park, Invisible, The Book of Illusions, and The New York Trilogy, among many other works. He has been awarded the Prince of Asturias Award for Literature, the Prix Médicis étranger, an Independent Spirit Award, and the Premio Napoli. He is a member of the American Academy of Arts and Letters, the American Academy of Arts and Sciences, and is a Commandeur de l'Ordre des Arts et des Lettres. He lives in Brooklyn, New York.
Boeken als Vertigo, The Invention of Solitude en z’n laatste roman sinds zeven jaar - zijn magnum opus volgens VPRO Boeken - 4321, horen kennelijk “among many other works”. 
Ik heb nooit iets van Paul Auster gelezen [de indruk dat ik wellicht wat gemist heb, krijg ik wel van dit overzicht van zijn vele in het Nederlands vertaalde boeken]. Hoe anders is dat bij Johan Velter die van 12 t/m 21 oktober 2017, wel zeven blogs had onder de titel “Paul Auster en Spinoza, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7.” [De tussenliggende blogs vind je via deze link met alle tags met Spinoza]. Daarin is te lezen hoeveel Auster, m.n. in Vertigo, over Spinoza schrijft. In het tweede blog brengt Velter het gedicht ‘Looking glass’ uit Collected poems [2007, p. 136]. Je kunt het gedicht daar als tekst lezen, met het commentaar van Velter erbij. Ik breng het gedicht ‘Looking glass’ hier als ‘plaatje’ en citeer daarna een toelichtend commentaar.

 

Uit: Fragments from Cold (Parenthèse, 1977)
In:
Paul Auster, Collected Poems, [With an Introduction by Norman Finkelstein]. Woodstock / New York:
Overlook Press, 2004 [cover links]; reprint London: Faber & Faber, 2007, ebook edition 2014, p. 95  books.google   
 

 

 

François Hugonnier, “Unsaying: Mystical Aspiration and Negativity in Paul Auster’s Poetry.” In: Anglophonia/Caliban, French Journal of English Studies, 35 | 2014, p. 133-158 [In z’n geheel te lezen op journals.openedition.org]

Daaruit citeer ik de volgende passages over ‘Looking glass’:

Like Reznikoff, Jabès and Celan, Paul Auster looks for the adequate words in the rubble of the tower of Babel, which he “hew[s]” (Auster 2007, 39, 91) with microscopic accuracy through his Spinozist lenses.6
Note 6: The poem “Looking Glass” (Auster 2007, 136), which will be studied later on in this paper, alludes not only to man and God’s images, but also to the fact that Spinoza made particularly accurate lenses for a living.
In the poem “Looking Glass”, Auster pays homage to “Spinoza’s” unnamable “god”, exiled into a speechless world after having blinded the unfaithful poet:
Spinoza’s god
cast from the borders of speech, geometric,
journeying through the curve
of exile,
hazards another world (Auster 2007, 136).
As the title “Looking Glass” suggests, Auster is alluding to the representation of man made in the image of “god” (136). Contrary to its creator Spinoza, the absence of capital letters reinforces the representation of this nameless god seen through a peculiar human “lens”, or focal point. The subject’s “connect[ion]” with the endless and selfless world—a world that is both semiotic and “unspoken” (67)—is represented thanks to chiasmic reversal, alchemistic dichotomies and boundary crossing. The world’s connectedness and fragmentation entail loneliness and “exile” (136). Consequently, if human beings communicate with (and within) language, they paradoxically tend to suffer from “isolat[ion]”. In Auster’s poetics, language plays an ambivalent role, both connecting and separating interiority and exteriority, subjectivity and otherness. For it is man who “invent[ed]” his own “solitude” by reflecting upon himself and translating his experience of the world into words.

_______________

Zie ook
Nico van Rossen, “De kunst van het paardrijden. Paul Auster in wankel evenwicht.” In: De Revisor. Jaargang 16 (1989), #4, p. 81-89 – DBNL

Het motto bovenaan, "The world is in my head. My body is in the world" trof ik aan in de Introduction van Collected Poems. Ik vond het wel iets Spinozistisch hebben.
Daarna kwam ik het volgende citaat tegen in een interview dat Vrij Nederland op 20 juni 2008 met Paul Auster had: 
"Enkele jaren geleden vond ik een oud notitieboekje dat ik meedroeg op mijn twintigste. Op de eerste bladzij stonden twee zinnen: “De wereld is in mijn hoofd. Mijn lichaam is in de wereld.” Ik denk dat mijn werk hier om draait. Die paradox. De wereld moet in ons zitten, waar we haar kunnen zien en overdenken om er tegelijkertijd in te kunnen functioneren. We hebben geen keus, zonder dit bewustzijn zouden we geen mensen zijn. We’re damned if we do and damned if we don’t.’ "

 

 

 
 Toegevoegd 28 juli 2018 deze poging tot vertalen

Looking glass
 
Laid bare
by your rabid, obsidian eye,
by the white
ire and barking
of the mirror-dog who stared you
into blindness:
 
Spinoza’s god
cast from the borders of speech, geometric,
 journeying through the curve
of exile,
hazards another world.
 
Spiegel
 
Blootgelegd
door je hondsdolle, vulkanisch glazen oog,
door het witte
woeden en blaffen
van de spiegelhond die je aanstaarde
tot blindheid toe:
 
Spinoza’s god
gegoten uit de grenzen van spraak, geometrisch,
reizend door de bocht
van ballingschap,
brengt een andere wereld in gevaar.
 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten