vrijdag 10 november 2017

M.F.A.G. Campbell (1819-1890) bezorger van de heruitgave in 1880 van J. Colerus’ Levensbeschrijving van Spinoza.

Vandaag ontving ik een fors pakket dat mij zeer grootmoedig was toegestuurd door de heer Cor Bouter, waarin de twee delen zaten van een bijzonder werk op het gebied van het Spinozisme (ik kom daar binnenkort op terug) én als extra aardigheidje zat daarin het boekje dat in 1880 i.v.m. de onthulling van het Haagse Spinozabeeld was uitgegeven: Leven van Spinosa door J. Colerus, bezorgd door M.F.A.G. Campbell.  
 

Het exemplaar van het werkje dat dhr. Bouter bezat, was enigszins in verval geraakt, zodat hij het opnieuw had laten inbinden. Het draagt nog twee bijzonderheden: 1. Het is, zo blijkt uit een stempel op de titelpagina, in bezit geweest van de heer dr. H.J. Betz [cf. blog over Betz] én 2. er zit het klad in van het voorwoord dat de heer Campbell schreef voor die uitgave.

Beide heren zaten in het Spinoza Comité voor de totstandkoming van het Haagse Spinoza-beeld, Campbell als voorzitter, Betz als secretaris [cf. blog]. Over beiden is te lezen in de MO.A. Geschiedenis-scriptie van N. Tom: "EEN VAAN DES OPROERS" - Het Spinoza-standbeeld te ‘s-Gravenhage. Enkele aspekten van de totstandkoming belicht. [PDF]



M.F.A.G. Campbell geportretteerd
door Isaac Israëls in 1879
Enfin, dit is aanleiding voor mij om meteen een blog te wijden aan de bemoeiingen van de heer Campbell met Spinoza.

Marinus Frederik Andries Gerardus Campbell was bibliothecaris van de Koninklijke Bibliotheek en over hem is veel te vinden op internet.
De Koninklijke Bibliotheek maakte een goede periode door onder Campbell's bibliothecariaat. Hij heeft ervoor gezorgd dat het budget voor de aankoop van boeken vervijfvoudigd werd tot ƒ 20.000 in 1878, en regelde dat niet meer voor elke aanschaf toestemming van de minister moest worden gevraagd. Tijdens zijn ambtsperiode werden enkele belangrijke bibliotheken binnengehaald. In januari 1872 werd de belangrijke collectie ‘Spinozana’ van dr. Antonius van der Linde aangekocht en vier jaar later zijn schaakbibliotheek. In 1877 werd vervolgens de omvangrijke bibliotheek van prof. J. de Wal verworven. Dit zorgde voor plaatsgebrek zodat hij ook gedaan kreeg dat het belendende pand kon worden aangekocht. [Wikipedia]


Hij deed archiefonderzoek naar het huis aan de Paviljoensgracht, waarbij hij aantoonde dat het het sterfhuis van Spinoza was. [zie hier]. Hij schreef daarover in De Nederlandche Spectator, waarvan hij vaste medewerker was [cf. hier]:
Campbell (M.F.A.G.), “Het sterfhuis van Spinoza,” (De Nederlandche Spectator 1880) [vermeld In: Jean Préposiet, Bibliographie spinoziste. Presses Univ. Franche-Comté, 1973 – books.google]

Hij bezorgde dus, zoals al gememoreerd, het boekje dat aldus werd vermeld in de Catalogus Der Bibliotheek Van de Maatschappij. Brill Archive, 1884, 20 pp – books.google

Zier hier een artikel over het overlijden en de buitenlandse crematie van Dr. Campbell in het Nieuwsblad voor den boekhandel van 4-4-1890.

Het voorwoord dat Campbell aan het werkje meegaf neem ik in dit blog op uit het PDF van Colerus’ Levensbeschrijving dat ik in 2012 digitaliseerde en op internet bracht
* * *
Van het oogenblik, dat de hoogduitsch-luthersche predikant Johann Köhler, in 1705, de bijzonderheden in het licht heeft gegeven welke hij nopens Benedictus de Spinoza uit de zuiverste bronnen had geput, is dat werkje de voornaamste getuigenis geweest waarop men zich heeft kunnen beroepen, telkens wanneer het er op aan kwam zekerheid te erlangen aangaande het leven en sterven van dien wijsgeer.
Köhler die, volgens de gewoonte van dien tijd, zijn naam tot Colerus verlatiniseerd had, is naar ieders overtuiging daarom de betrouwbaarste levensbeschrijver van Spinoza, omdat hij, geheel afkeerig van zijne denkbeelden, welke hij verfoeide en bestreed, eerlijk man was in de volle beteekenis van dat woord en dat hij met groote nauwlettendheid en nuchterheid heeft medegedeeld, onder anderen, [VI] wat de familie Van der Spijck getuigde van den man die zijne laatste levensjaren in haar midden had doorgebracht.

Toen de haagsche predikant, bij gelegenheid van het paaschfeest in 1704, „ De waarachtige Verryzenis Jesu Christi uit den dooden" in eene predikatie tegen Spinoza en zijne aanhangers verdedigd had, gaf hij die rede in 't volgend jaar te Amsterdam, bij J. Lindenberg, in het licht en voegde er de, zooals hij die te recht noemde „Naukeurige Levensbeschryving van dezen beruchten Wysgeer" bij, „zo uit zyn nagelate Schriften als mondeling verhaal van nog in 't leven zynde geloofwaardige Persoonen zamengestelt."
Reeds in het volgende jaar (1706) verscheen te 's Gravenhage, bij T. Johnson, eene fransche vertaling van beide deze werkjes, welke de levensbijzonderheden van Spinoza over de geheele wereld bekend maakte. Zij is later, wat het biografisch gedeelte betreft, tot vier malen toe herdrukt bij uitgaven van de gezamenlijke werken van den wijsgeer.

[VII] In datzelfde jaar kwam er te Londen (printed by D. L. and sold by Benj. Bragg) eene engelsche overzetting van in het licht; deze was uit het Fransch vertaald even als de eerste duitsche uitgaaf, welke niet voor 1733 te Frankfort en Leipzig is verschenen en in 1734 gevolgd werd door eene tweede, door Wigand Kahler bezorgd en te Lemgo ter perse gelegd, waarvan op den titel getuigd wordt, dat zoo wel het hollandsch origineel als de fransche vertaling tot grondslag er van gestrekt hebben.
Al deze boekjes zijn zeldzaam geworden, het zeldzaamst echter de nederlandsche uitgaaf, waarvan op dit oogenblik niet meer dan drie afdrukken bekend zijn.1

Deze omstandigheid, gepaard aan de onomstootelijke waarheid van den historischen inhoud, die van zoo groot belang is in dezen [VIII] tijd nu, ook ten gevolge van het oprichten te 'sGravenhage van een gedenkteeken voor den grooten denker, de belangstelling in het leven van Spinoza meer algemeen is geworden, heeft den uitgever het plan doen opvatten dit opmerkelijk boekje op nieuw ter perse te leggen en wel, zooveel als wenschelijk is, in nabootsing van de oorspronkelijke uitgave.
Bij den afdruk is de oorspronkelijke tekst trouw gevolgd, met verbetering evenwel der daarin voorkomende drukfouten.

’s GRAVENHAGE, Nov. 1880.

M. F. A. G. CAMPBELL.

1 Deze drie afdrukken berusten in de rijke verzameling van den hoogleeraar J. I. Doedes te Utrecht, in de Universiteitsboekerij te Halle en in de Koninklijke Bibliotheek te 's Gravenhage, welke tevens afdrukken bezit van de fransche, engelsche en duitsche overzettingen.

 
 
 
  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen